Kabinet besluit om dalende rivierbodem aan te pakken, deze zoogdieren profiteren daarvan
Het kabinet heeft 10 juli een besluit genomen over maatregelen om de rivierbodem te herstellen en stabiliseren. Met dit besluit zet het kabinet in op stabilisatie van de rivierbodem op de korte termijn en op structurele ingrepen om de rivierbodemdaling te stoppen voor de lange termijn, hoe dat vorm te geven wordt later besloten. Een kans om voor kwaliteit te kiezen in de uitvoering.
Een eerste 800 miljoen van de 2,6 mld is hiervoor beschikbaar gesteld. "Wat een prachtig kabinetsbesluit voor natuurherstel in het rivierengebied. Het idee van het meergeulenprincipe van WWF, Ark en Bureau Stroming is geweldig: het levert een oplossing voor rivierbodemdaling, hoogwaterveiligheid en een rijke natuur, met essentieel kernleefgebied voor zoogdieren", vertelt Ellen van Norren, programmaleider bij Zoogdierbescherming Nederland.
Neem de otter: hét succesverhaal van natuurherstel in het noorden en oosten van Nederland, maar waarom ziet de otter het rivierengebied nog nauwelijks als kernleefgebied? "Het is nu nog te kaal onder water, te kaal op de oever, niet schoon en niet rustig genoeg. Maar met het meergeulenprincipe ontstaan nevengeulen met weelderige onderwaterbegroeiing, oeverbegroeiing en eilanden met dichte dekking en rust. Stel je voor hoeveel vis daar te eten is voor een otter en hoe ze jongen kunnen krijgen op de rustige, dichtbegroeide eilanden."
De bever zorgt voor meer variatie in de nevengeulen
De bever zal zorgen voor meer variatie en dat het nieuwe rivierengebied niet helemaal dichtgroeit. "De winterdijken moeten worden beschermd tegen bevergraverij, en in het ruime gebied daartussen kan de bever zorgen voor variatie voor allerlei dieren: door omknagen van bomen ontstaan stapels hout die zorgen voor verstopplekken, en voor onderwaterhout, dat goed is voor het onderwaterleven. Het openhouden van oevers zorgt voor zon op de bodem en daarmee goede omstandigheden voor allerlei insecten. Dammetjes in de nevengeul zorgen voor extra variatie in stroming en waterdiepte — goed voor vis en amfibieën, en dus weer goed voor de otter en de bunzing."
Nederland draagt een bijzondere verantwoordelijkheid voor de Noordse woelmuis: deze ondersoort komt namelijk alleen in Nederland voor. Om te overleven zijn moerassige eilanden nodig waar andere woelmuizen ontbreken, zodat die de Noordse woelmuis niet wegconcurreren. "Een gevarieerde moerasnatuur met meergeulenprincipe en diverse eilanden klinkt als muziek in de oren. Zijn voedsel — grassen, zeggen en oeverplanten — profiteert weer van de dichtere oeverbegroeiing die het meergeulensysteem oplevert."
Kortom: één ingreep, meerdere soorten met dezelfde onderliggende behoefte — rust/luwte, ruige oever en voedselrijkdom — aan de waterlijn.
Bron: Zoogdierbescherming Nederland