Zoogdieren en de wet
Voor Zoogdierbescherming Nederland vormt de wettelijke beschermingsstatus van zoogdieren onder zowel de nationale Omgevingswet als de Europese Habitatrichtlijn en Verdragen het juridische kader vanuit waar wij onze bescherming vormgeven. Binnen deze kaders zijn ook indicatoren opgenomen zoals de Rode Lijst en de Staat van Instandhouding. In onze dagelijkse praktijk gebruiken wij deze vier pijlers voortdurend in samenhang. De Rode Lijst laat zien met welke zoogdiersoorten het over lange termijn steeds slechter gaat, de Habitatrichtlijn geeft richting aan de doelen die voor onze zoogdieren bereikt moeten worden, de staat van instandhouding bepaalt wanneer die doelen gehaald zijn, en de Omgevingswet vormt het juridische instrument waarmee bescherming en afwegingen in Nederland daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Omgevingswet
De juridische bescherming van zoogdieren is in Nederland verankerd in de Omgevingswet. Deze wet, die sinds 2024 van kracht is, bundelt eerdere regelgeving op het gebied van natuur, milieu en ruimte en vormt daarmee het centrale kader voor de fysieke leefomgeving. Binnen deze wet is de bescherming van soorten en hun leefgebieden geregeld. Dat betekent concreet dat het bij veel zoogdiersoorten verboden is om deze te doden, te verstoren of hun vaste rust- en verblijfplaatsen te beschadigen of te vernietigen. Voor ons werk is vooral van belang dat deze bescherming niet alleen reactief is, maar ook vraagt om een zorgvuldige afweging met oog voor alternatieven en maatregelen vooraf om de negatieve impact op zoogdieren te minimaliseren. In de praktijk betekent dit dat bij ruimtelijke ingrepen, zoals isolatie van gebouwen of infrastructurele projecten, tijdig rekening moet worden gehouden met bijvoorbeeld vleermuizen of kleine marterachtigen.
Habitatrichtlijn
Een belangrijk deel van deze nationale regelgeving vindt zijn oorsprong in de Europese Habitatrichtlijn. Deze richtlijn heeft als doel de biodiversiteit in Europa te waarborgen door zowel soorten als hun leefgebieden te beschermen. Voor zoogdieren betekent dit dat een aantal soorten strikt beschermd is, waaronder alle vleermuizen en soorten als de bever en de otter. De Habitatrichtlijn verplicht lidstaten bovendien om speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen het netwerk van Natura 2000 vormen. Deze gebieden zijn van cruciaal belang voor het behoud van populaties en habitattypen die op Europees niveau van betekenis zijn. De bescherming van een aantal zoogdieren kan niet los worden gezien van bescherming van hun leefgebied. Zonder geschikt en samenhangend leefgebied is duurzame instandhouding eenvoudigweg niet mogelijk. Dit speelt bij met name bij de 11 zoogdieren die genoemd staan op Bijlage 2 van de Habitatrichtlijn, zoals de meervleermuis en de otter, wat inhoudt dat Nederland actief maatregelen moet treffen om deze zoogdiersoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Slechts bij één van deze soorten, de bever, geldt dat het goed gaat met deze soort in Nederland. Alle anderen zijn niet in gunstige staat van instandhouding.
Centraal in de Habitatrichtlijn staat het begrip staat van instandhouding, en meer specifiek de gunstige staat van instandhouding. Dit begrip geeft aan hoe het op de lange termijn met een soort gaat. Een soort verkeert in een gunstige staat wanneer de populatie levensvatbaar is, het verspreidingsgebied stabiel of groeiend is en er voldoende geschikt leefgebied aanwezig is om de soort duurzaam te laten voortbestaan. Voor ons is dit geen abstract juridisch begrip, maar een concrete toetssteen. Het bepaalt of beschermingsmaatregelen effectief zijn en of ingrepen in de leefomgeving aanvaardbaar zijn. Activiteiten mogen alleen plaatsvinden wanneer zij de staat van instandhouding niet verslechteren. Dit principe speelt een sleutelrol in vergunningverlening, natuurtoetsen en beleidsontwikkeling.
De afgelopen rapportage aan de Europese Commissie vanuit het Ministerie van LVVN laat zien dat het met de Europees beschermde zoogdiersoorten in Nederland ronduit slecht gaat. Van alle Europees beschermde zoogdiersoorten die in Nederland voorkomen scoren volgens het ministerie alleen de bever, de boommarter en de franjestaart in alle categorieën goed en zijn daarmee in gunstige staat van instandhouding.
De Rode Lijst is voor ons een essentieel instrument om inzichtelijk te maken hoe het met zoogdiersoorten in Nederland gaat. Het betreft een door de overheid vastgestelde lijst waarop soorten worden ingedeeld op basis van hun zeldzaamheid en de trend in hun populatieontwikkeling sinds het midden van de twintigste eeuw. Soorten kunnen bijvoorbeeld als gevoelig, kwetsbaar of (ernstig) bedreigd worden aangemerkt. Hoewel de Rode Lijst geen directe juridische bescherming biedt, is zij van groot belang als signaalfunctie. Zij laat zien waar het misgaat en helpt ons, overheden en andere partijen om prioriteiten te stellen in onderzoek, beleid en beheer.
De recente Rode Lijst Zoogdieren laat bijvoorbeeld zien dat met name soorten van het agrarisch landschap onder druk staan, wat voor ons een duidelijke aanwijzing is dat structurele veranderingen in landgebruik nodig zijn.