Zoogdieren van Stad en Dorp

Binnen het programma Stad en Dorp werkt Zoogdierbescherming aan de bescherming van wilde zoogdieren binnen de dorpen en steden. Onze dorpen en steden zijn een landschap vol steen, rotsen, kruidenrijke tuinen, parken, vijvers en bomenlanen waar vaak meer zoogdieren leven dan meeste mensen denken.

Gewone dwergvleermuizen in spouwmuur
Wat is er aan de hand
Afbeelding
Egel in gras

In stad en dorp leven soorten als bunzing, eekhoorn, egel, mol, steenmarter, vos, wezel en veel vleermuissoorten als de dwergvleermuizen, laatvlieger, meervleermuis en tweekleurige vleermuis. 

Onvoldoende leefruimte

Helaas wordt in de steden en dorpen niet altijd vanzelfsprekend rekening gehouden met zoogdieren en dat terwijl diverse soorten het zwaar hebben en bijvoorbeeld op de rode lijst staan. De groene ruimte is onvoldoende ingericht voor zoogdieren, zowel het openbare groen van gemeenten als vele achtertuinen. Problemen als verstening, lichtvervuiling en verlies van verblijfplaatsen maken het lastig voor zoogdieren in de steden en dorpen om te overleven. 

Gezonde stad

Zoogdieren zijn essentieel voor een gezonde stad. Ze helpen in de preventie van plagen, jagen op muggen, nachtvlinders, kevers en andere insecten. De egel eet de slakken in onze tuin. Kleine marterachtigen jagen op kleinere zoogdieren zoals muizen en ratten. De mol houdt onze bodems luchtig zodat ze water kunnen opnemen.


 

Impact op mens en dier
Afbeelding
Wilde stadstuin

Zoogdieren die in de bebouwde kom leven, zijn vaak goed aangepast aan menselijke activiteiten, maar staan voor grote uitdagingen wanneer we ze over het hoofd zien. 

Verstening, verlichting

Veel zoogdieren hebben te lijden onder verkeer en versteende tuinen waar geen eten of beschutting te vinden is. Voor vleermuizen zijn de toename aan verlichting en het isoleren van woningen grote bedreigingen. 

Voedsel, veiligheid, verbinding

Wat zoogdieren nodig hebben in een bebouwde omgeving is voldoende voedsel, veiligheid zoals beschutting en donkerte, met groene verbindingen, plekken om hun jongen groot te brengen en variatie in beplanting van leefgebieden. 

Alleen zo kunnen zoogdieren hun natuurlijke rol vervullen en helpen om onze steden en dorpen gezond en leefbaar te houden. 

Dit doet Zoogdierbescherming
Afbeelding
Groen Dak

Steden en dorpen zijn plekken waar wilde zoogdieren hun leefwijzen hebben aangepast aan de mens. Doordat wij ons gedrag veranderen (schuttingen plaatsen, tuinen betegelen, gebouwen isoleren) gaat dit leefgebied verloren. Dit programma zet zich in voor meer beschermingsacties in de bebouwde omgeving, met de egel en gebouwbewonende vleermuizen als prioriteit. Beiden gaan hard achteruit en zijn voor hun voortbestaan direct afhankelijk van wat wij in en om onze gebouwen doen.

Oplossingen dichtbij huis

We werken aan bewustwording en concrete instrumenten voor het samenleven met zoogdieren in de eigen achtertuin, wijk en gemeente. Dat doen we voor én met gemeenten, bedrijven en particulieren — want de oplossingen liggen vaak dicht bij huis. Een egeldoorgang in de schutting. Struiken als beschutting in het plantsoen. Een vleermuiskast onder de dakgoot.

Natuurinclusief inrichten

Voor gemeenten ontwikkelen we opschaalbare toolkits waarmee beleidsmakers en groenbeheerders meteen aan de slag kunnen. We helpen bij het natuurinclusief inrichten van openbare ruimte, schoolpleinen, bedrijventerreinen en nieuwbouwwijken. We adviseren de overheid gevraagd en ongevraagd over de maatregelen die nodig zijn voor een zoogdierrijk bebouwd gebied. 

En we laten zien wat er al lukt — want in steeds meer steden en dorpen worden wilde zoogdieren gezien als essentiele buren die ons helpen het bebouwd gebied gezond een leefbaar te houden.