Bruinvis

Harbour porpoise - Phocoena phocoena

niet bedreigd
niet bedreigd

Hij is niet bruin en het is geen vis. De bruinvis is de kleinste tandwalvis van Europa en de enige walvisachtige die het gehele jaar in de Nederlandse kustwateren aanwezig is. Een betere zoogdiernaam voor de bruinvis is “zeevarken”, zoals ze in de 17de eeuw werden genoemd vanwege hun vette uiterlijk en het knorrende geluid dat ze maken. In de jaren '70 en '80 waren ze nagenoeg verdwenen uit onze wateren, maar daarna zijn ze langzaam teruggekeerd. Ze leven nu weer in de Oosterschelde, Waddenzee en Noordzee. De bruinvis is streng beschermd.

Afbeelding
Bruinvis - dier, levend - Wim Verschraegen
Klap alle velden uit
Kenmerken
Grootte
135-190 cm
Gewicht
50-55 kg, maximaal 90 kg
Leeftijd
Gemiddeld 12-15 jaar, maximaal 24 jaar
Voedsel
Voornamelijk vis (haring, wijting, kabeljauw, puitaal); ook pijlinktvissen en garnalen
Leefwijze
Solitair of in kleine groepjes; marien zoogdier, jaagt met echolocatie
Status
Thans niet bedreigd
Leefgebied
Ondiepe zeeën en kustwateren (tot ca. 300 m); Noordzee, baaien, riviermondingen
Terug naar boven
Herkenning

Kenmerkend is de driehoekige rugvin middenop de rug. De bruinvis heeft een donkere rug met lichte flank die geleidelijk overgaat in een witte buik. De bruinvis heeft een ronde, stompe kop, inwendige oren, donkere ogen met daarachter een grote lichtgrijze vlek aan de zijkant. Hij heeft 16-28 paar tanden in boven- en onderkaak. Boven op de kopzit het blaasgat, waarmee hij ademhaalt. Vrouwtjes zijn iets groter dan mannetjes.

Terug naar boven
Deze soort lijkt op
Terug naar boven
Waar kan ik dit dier zien

De bruinvis kun je het best zien vanaf de kust of een boot bij rustig weer. Kijk met de zon mee, gebruik een verrekijker en heb geduld, want de bruinvis is een paar minuten onder water, en daarna maar enkele seconden te zien om adem te halen. 
Bij de ademhaling aan het wateroppervlak zijn meestal alleen de bovenkant van de kop en de rug met de driehoekige rugvin zichtbaar. De bruinvis komt meerdere keren kort na elkaar (13-15 seconden) aan het oppervlak en verdwijnt dan voor een paar minuten onder water. 
Vooral in de maanden februari en maart kunnen bruinvissen worden waargenomen vanaf het strand, omdat ze dan dicht onder de kust zwemmen. 

Terug naar boven
Leefwijze

De bruinvis leeft voornamelijk in zout water maar kun je ook in brak water aantreffen, voornamelijk in ranzeeën. Maar hij leeft ook in baaien en riviermondingen en het komt voor dat een bruinvis een rivier opzwemt. Hij leeft het liefst in water tot een diepte van ongeveer 300 m. Het water moet subpolair of gematigd zijn (in elk geval beneden de 17°C).
De bruinvis leeft meestal solitair of in kleine groepjes van 2 tot 10 dieren. Soms wordt hij ook in scholen van wel 50 tot 200 dieren gezien, dit is meestal het geval in voedselrijke wateren of als ze gaan migreren.

Zijn voedsel bestaat uit vissen, zoals wijting, kabeljauw, puitaal en haring. Bruinvissen hebben per dag zo'n 10% van hun lichaamsgewicht aan voedsel nodig. Hij jaagt met behulp van echolocatie: zeer specifieke klikklanken met een frequentie rond de 130 kHz waarmee hij prooien opspoort in troebel water.
De bruinvis moet boven water komen om adem te halen via het blaasgat op zijn hoofd. Als hij jaagt, duikt hij ongeveer 4 tot 6 minuten onder water, waarbij hij een diepte van wel 200 m kan halen.

De paartijd is in de zomer (juli), en in juni/juli van het jaar daarop wordt één jong geboren. Kalfjes zijn bij de geboorte ongeveer 70 centimeter en 5 kilo. Na de geboorte blijven moeder en kalf meestal korter dan een jaar samen; de zoogtijd duurt ongeveer acht maanden.
Het vrouwtje kan elk jaar een kalf krijgen. Een bruinvis kan meer dan 20 jaar oud worden, maar de gemiddelde leeftijd ligt lager (12-15 jaar). Een belangrijke kraamkamer is bij het Duitse Waddeneiland Sylt.

Terug naar boven
De ecologische rol

De bruinvis is een jager in het ecosysteem van de Noordzee. Zijn aan- of afwezigheid en conditie zegt iets over de kwaliteit van het zeewater en de visstand in het ecosysteem.
Zijn natuurlijke vijanden zijn haaien, de orka's en grijze zeehonden. Het is ook bekend dat tuimelaars bruinvissen doodmaken door harde stoten met hun snuit.

Terug naar boven
Wist je dat

De bruinvis is de kleinste tandwalvis van Europa en de enige walvisachtige die het hele jaar door in de Nederlandse kustwateren voorkomt.

Hij werd vroeger ook “zeevarken” of “watervarken” genoemd, omdat hij een knorrend geluid maakt en een vette speklaag heeft. De familienaam “Varkensvissers” stamt uit de tijd dat er op bruinvissen werd gejaagd.

De bruinvis jaagt met echolocatie via klikklanken op 130 kHz – een frequentie die zo hoog is dat orka's hem daardoor slecht kan horen.

In de jaren '60 en '70 verdween hij nagenoeg uit de Nederlandse wateren door watervervuiling maar nu is hij weer talrijk aanwezig. In de gehele Noordzee komen honderdduizenden bruinvissen voor.

De bruinvis kan tot 6 minuten onder water blijven en bij het jagen een diepte van 200 meter halen.

Hij werd in de Middeleeuwen gegeten en de olie uit hun speklaag werd gebruikt in lampen en als veevoer? In Groenland wordt nog steeds actief op de bruinvis gejaagd voor consumptie.

Terug naar boven
Verspreiding

De bruinvis is de enige walvisachtige die jaarrond in de Nederlandse kustwateren aanwezig is. Vooral in de maanden februari en maart kunnen dieren vanaf het strand worden waargenomen, omdat ze dan dicht onder de kust zwemmen. Een klein deel van de Noordzeepopulatie, enkele tienduizenden dieren, leeft in de Nederlandse wateren. Bruinvissen zwemmen ook riviermondingen in en worden gezien in de Oosterschelde, de Westerschelde en grote rivieren.

De bruinvis komt voor in de kustgebieden van de oostelijke Atlantische Oceaan van de Noordelijke IJszee tot West-Afrika, in de Middellandse Zee, rond IJsland, en in het noordoostelijk deel van de Grote Oceaan. In Europa wordt hij aangetroffen van de Witte Zee en de Groenlandse en IJslandse kusten tot de Atlantische kust van Noord-Afrika. Daarnaast is een grote, geïsoleerde populatie bekend uit de Zwarte Zee.
De totale populatie in de Noordzee bedraagt naar schatting 250.000-270.000 exemplaren. Het zwaartepunt van de verspreiding in de Noordzee ligt vanouds in het noordoosten, maar de soort heeft zich de afgelopen decennia ook in het zuidelijk deel hersteld.

verspreidingskaart
Terug naar boven
Bescherming
Beschermingsstatussen
niet bedreigd
niet bedreigd
eurovlag-II-IV.svg Europees beschermd II - IV
Europees beschermd II - IV

Tot ongeveer het einde van de jaren 1950 was de bruinvis algemeen langs de Noordzeekust. In de jaren '60 was de soort hier vrijwel verdwenen door massale lozing van gifstoffen via de rivieren en het sterk afnemen van de haringstand. Na 1985 werden weer kleine aantallen gezien; vanaf 2000 nam het aantal in het zuidelijk deel van de Noordzee snel toe. De Rode Lijst NL 2020 noemt de bruinvis “thans niet bedreigd”.
Huidige bedreigingen: overbevissing, bijvangst in visnetten (met name staandwantvisserij), onderwatergeluid (o.a. heipalen voor windparken) en watervervuiling . De staat van de bruinvis wordt beoordeeld als “matig ongunstig”.

Top 3 bedreigingen
Milieukwaliteit
Ruimtelijke factoren
Verstoring
Terug naar boven
Wat kun jij doen

Meld waarnemingen van levende bruinvissen via waarneming.nl. Zo draag je bij aan inzicht in de verspreiding van de bruinvis in Nederlandse wateren.
Zie je een gestrande of gewonde bruinvis? Bel dan SOS Dolfijn of de kustwacht (0900-0111). Raak het dier zo min mogelijk aan en houd het vochtig. Laat levende gestrande dieren nooit zelf terug de zee in gaan zonder begeleiding van experts.
Steun organisaties die zich inzetten voor schone zeeën en duurzame visserij, want bijvangst en watervervuiling zijn de grootste bedreigingen voor de bruinvis.

Terug naar boven
Wet en regelgeving

De bruinvis is streng beschermd op basis van artikel 11.46, lid 1 van de Omgevingswet (Europees beschermd) en artikel 3.5 t/m 3.9 van de Wet Natuurbescherming. Het is verboden de bruinvis opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren.
De bruinvis valt onder Bijlage II en IV van de Habitatrichtlijn (1992) en Appendix II van de Conventie van Bern (1982). Er is een nationaal soortbeschermingsplan voor de bruinvis in voorbereiding, op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Terug naar boven