Franjestaart

Natterer's Bat - Myotis nattereri

niet bedreigd
niet bedreigd

De franjestaart is een middelgrote vleermuis die haar naam dankt aan de haartjes die langs de rand van de staart en vleugels groeien. Met zijn brede vleugels is hij zeer wendbaar en kan hij bovendien ook heel langzaam vliegen. Franjestaarten hebben een bijzondere jachttechniek: prooien worden van de vegetatie of van andere oppervlakken geplukt.

Afbeelding
franjestaart_joris-verhees
Klap alle velden uit
Kenmerken
Grootte
4-5 cm
Gewicht
6-12 gr
Leeftijd
Gemiddeld 7 jaar
Voedsel
Spinnen, pissebedden, kevers en andere insecten
Leefwijze
Vrouwtjes in groepen, mannetjes leven vaak alleen en soms in groepen
Status
Thans niet bedreigd
Leefgebied
Jagende franjestaarten komen voor in bosrijke gebieden met waterpartijen of waterrijke gedeelten. Daar jaagt de franjestaart meestal in een besloten omgeving, zoals in en tussen de boomkronen en tussen de takken van grote struiken.
Terug naar boven
Herkenning

De buikvacht van de franjestaart is helder- tot grijswit en de donkerdere rugvacht is grijsbruin. Hij is te herkennen aan de vrij lange, licht doorschijnende oren die aan het uiteinde een beetje omhoog buigen (schoenlepelvorm). Het oorflapje (tragus) is lang en spits en reikt tot de helft van het oor.

Terug naar boven
Deze soort lijkt op
Terug naar boven
Waar kan ik dit dier zien

De franjestaart vliegt een half uur na zonsondergang of zelfs later uit. Doordat franjestaarten pas uitvliegen als het al goed donker is, zijn ze moeilijk in het veld waar te nemen. De vlucht is laag (1-4 m hoog), langzaam en wendbaar. Over de vliegroutes van de franjestaart is relatief weinig bekend, aangezien de soort meestal in kleine groepen leeft. In Nederland lopen gekende vliegroutes langs dreven, bospaden of muren. 

Terug naar boven
Leefwijze

De franjestaart is een gebouw- en een boombewoner. Kolonies zijn in Nederland vooral gevonden in bomen en soms ook in gebouwen (spleetvormige ruimten en zolders van kerken en boerderijen) en vleermuiskasten. In Nederland gebruiken franjestaarten vooral ondergrondse ruimten als winterverblijfplaats, zoals groeven, forten, ijskelders en bunkers.

Zijn prooi is meestal kleinder dan 2 cm die hij vangt vanaf of nabij begroeiing. Het merendeel van zijn menue bestaat uit niet-vliegende insecten (vooral vliegen) en andere geleedpotigen, zoals spinnen en hooiwagens. Daarnaast vangt hij onder meer kevers, nachtvlinders, duizendpoten en pissebedden.

De paring vindt plaats bij de zwermplaatsen en in de winterverblijven. Net als bij andere soorten vleermuizen slaat het vrouwtje het sperma op tot in het voorjaar, wanneer de daadwerkelijke bevruchting van de eicel plaatsvindt. De geboorte van één jong vindt meestal eind juni - begin juli plaats. Na 3 weken kunnen de eerste jongen vliegen en binnen 4 weken zijn ze zelfstandig.

Terug naar boven
De ecologische rol

De franjestaart vervult een belangrijke rol in bosecosystemen. Door ’s nachts grote aantallen Spinnen, pissebedden, kevers en andere insecten te vangen, helpt hij insectenpopulaties in balans te houden en draagt hij bij aan een gezond en natuurlijk evenwicht. De franjestaart is een specialist en jaagt op plekken die andere vleermuizen niet gebruiken. De aanwezigheid van de franjestaart wijst op een gezond ecosysteem met veel natuurlijke verbindingen. Daarnaast is hij zelf ook een prooi voor uilen (vooral bosuil en kerkuil) en roofvogels (boomvalk, sperwer).  

Terug naar boven
Wist je dat
  • De franjestaart kan lokaal in groten getale voorkomen. Hij is omringd door 20 tot 80 (soms 200) vrouwtjes met soms enkele mannetjes en hij verhuist zeer frequent.
  • De franjestaart is kan goed tegen kou en wordt dan ook aangetroffen bij temperaturen van 2,5-8 °C en voor korte tijd soms zelfs bij -0,5 °C.
  • De hoogste leeftijd die bij de franjestaart is vastgesteld is 17 jaar en 5 maanden.
  • De franjestaart is een standsoort die graag op dezelfde plek blijft en die zich meestal minder dan 60 km verplaatst. De langste afstand die werd waargenomen, is 185 km.
Terug naar boven
Verspreiding

Waarnemingen van de franjestaart komen vooral van bosgebieden op de hogere zandgronden van de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord-Brabant. Daarnaast komt de franjestaart in Limburg relatief veel voor; de mergelgroeven vormen belangrijke winterverblijven voor de soort. In het westen is de franjestaart minder algemeen, behalve In het duingebied van Zeeland en vooral dat van Zuid- en Noord-Holland; hier worden franjestaarten in een toenemend aantal winterverblijven gevonden.

De Franjestaart komt voor in Midden- en Oost-Europa en op de Balkan, in het noorden tot in Zuid-Zweden en Zuid-Finland. De oostgrens van het areaal ligt bij de Oeral. De franjestaart ontbreekt op het Iberisch Schiereiland, in Italië en Zuid-Frankrijk.

verspreidingskaart
Terug naar boven
Bescherming
Beschermingsstatussen
niet bedreigd
niet bedreigd
eurovlag-IV.svg Europees beschermd IV
Europees beschermd IV

Rond 1950 werd de franjestaart nog in behoorlijke aantallen in de mergelgroeven in Zuid-Limburg aangetroffen. Na een afname van de aantallen overwinterende dieren tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw, is de trend weer positief. Niet alleen neemt het aantal overwinterende dieren in de bekende winterverblijven toe, er worden ook nieuwe winterverblijven bezet. Vooral in de kustgebieden worden op steeds meer plaatsen overwinterende franjestaarten gevonden. Alleen op de Waddeneilanden en in een groot deel van Groningen komt de soort nog altijd niet voor.

Top 3 bedreigingen
Milieukwaliteit
Verlies van leefomgeving
Verstoring
Terug naar boven
Wat kun jij doen

Maak je tuin donker en insectvriendelijk: beperk buitenverlichting, gebruik geen pesticiden en kies voor inheemse planten die veel insecten aantrekken. Zo help je vleermuizen aan voldoende prooi. Ook kan je een vleermuiskast ophangen als extra verblijfplaats, bijvoorbeeld aan de zijkant van je huis of in een boom. Probeer mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen niet te verstoren.

Terug naar boven
Wet en regelgeving

De franjestaart is in Nederland strikt beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming), op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Het is verboden om franjestaarten te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mogen hun vaste rust- en verblijfplaatsen, zoals kraamkolonies en winterverblijven, niet worden beschadigd of vernietigd. Deze verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn. 

Terug naar boven