Bosvleermuis
Leisler's Bat - Nyctalus leisleri
De bosvleermuis is een middelgrote vleermuis met een lange, tweekleurige vacht. Hij lijkt op een kleine versie van de rosse vleermuis en valt op door zijn snelle en behendige vliegkunsten. De bosvleermuis spoort zijn voedsel (zwermen kleine insecten op en boven het water) op met echolocatie; hij zendt een geluid uit en door de echo vindt hij de juiste plek. De bosvleermuis vangt grote aantallen insecten door dwars door de zwerm te vliegen (filter feeding).
De haren van de bosvleermuis zijn aan de basis donker zwartbruin en aan de uiteinden meer roodbruin. Zijn buik is soms iets lichter dan zijn rug. De bosvleermuis heeft lange, smalle vleugels. De oren zijn kort en rond, het oorflapje (tragus) is kort en heeft de vorm van een nier.
De bosvleermuis verlaat gemiddeld 20 minuten na zonsondergang zijn verblijfplaats om te gaan jagen. Hij jaagt langs bosranden, boven boomkronen, op open plekken in het bos, in parkachtige omgevingen, boven waterpartijen en soms rond lantarenpalen. De vleugels zijn lang en smal en de vlucht is snel, net als bij rosse vleermuizen. De vlieghoogte is duidelijk lager dan die van de rosse vleermuis, namelijk zo'n 10 tot 15 meter. In de late herfst worden soms in de namiddag jagende bosvleermuizen gezien.
De bosvleermuis is een boombewoner. Kolonies van bosvleermuizen worden voornamelijk in boomholten en soms in gebouwen aangetroffen. Er is weinig bekend over het gedrag van bosvleermuizen in de winter, ze worden dan niet veel waargenomen. Incidenteel zijn bosvleermuizen in Nederland (Veluwe) in de winter in vleermuiskasten gevonden.
Bosvleermuizen jagen op insecten van verschillende grootte, zoals kleine muggen, langpootmuggen, vliegen, nachtvlinders, schietmotten, kevers en gaasvliegen. Nachtvlinders zijn favoriete prooien.
De paartijd loopt van eind juli tot september. Het mannetje bezet dan vaste posities (zoals boomholten en kasten) van waaruit hij een baltszang laat horen. Hij vliegt rond de paarplaats om de aandacht van de vrouwtjes te trekken. Op deze manier probeert het mannetje een harem rond zich te vormen. De paarplaatsen bevinden zich langs de trekroutes van de vrouwtjes.
De bosvleermuis vervult een belangrijke rol in bosecosystemen. Door ’s nachts grote aantallen nachtvlinders en andere insecten te vangen, helpt hij insectenpopulaties in balans te houden en draagt hij bij aan een gezond en natuurlijk evenwicht. De aanwezigheid van bosvleermuizen toont een gezond en insectrijk bosecosysteem. Daarnaast is hij zelf ook een prooi voor uilen (vooral bosuil en kerkuil) en roofvogels (boomvalk, sperwer).
- De bosvleermuis kan snel vliegen, tot wel 40 km per uur.
- De bosvleermuis migreert in het voor- en najaar tussen zomer- en winterverblijf, en legt soms afstanden af van meer dan 1.000 of zelfs 1.500 km.
In Nederland wordt de bosvleermuis vooral op de hoge zandgronden en in Limburg gevonden. Daarnaast plaatselijk in de duinen.
Komt voor in een groot deel van Europa, van Ierland tot aan de Oeral. In Scandinavië alleen in de zuidpunt van Zweden. Ook op de Canarische Eilanden en Madeira komt hij voor.
Omdat bosvleermuizen een duidelijke voorkeur hebben voor (zeer) oude, holle bomen in oude
bossen, vormt kappen van bomen met holtes een direct gevaar. Net als bij de rosse vleermuis is de
aanwezigheid van windturbines een bedreiging voor bosvleermuizen. Vooral dieren die jagen tijdens de migratie en in de kraamtijd lopen gevaar.
Maak je tuin donker en insectvriendelijk: beperk buitenverlichting, gebruik geen pesticiden en kies voor inheemse planten die veel insecten aantrekken. Zo help je vleermuizen aan voldoende prooi. Ook kan je een vleermuiskast ophangen als extra verblijfplaats, bijvoorbeeld aan de zijkant van je huis of in een boom. Probeer mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen niet te verstoren
De bosvleermuis is in Nederland strikt beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming), op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Het is verboden om bosvleermuizen te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mogen hun vaste rust- en verblijfplaatsen, zoals kraamkolonies en winterverblijven, niet worden beschadigd of vernietigd. Deze verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn.