Damhert
Fallow deer - Dama dama
Het damhert is al meer dan 500 jaar geleden in Nederland ingevoerd en is een opvallende verschijning die de aandacht trekt. Inmiddels is het dier op sommige plaatsen een vertrouwde bewoner van duinen, bossen en landgoederen. Juist doordat hij zo goed te zien is, roept hij ook sterke reacties op. De een geniet van een groep grazende damherten in de schemering, en de ander legt de nadruk op vraatschade en de impact op de vegetatie en ook de verkeersrisico's.
Het damhert is een slank, middelgroot hert met lange poten en veel variatie in kleur. De bekendste vorm heeft een roodbruine zomervacht met witte vlekken en een donkere streep over de rug. In de winter wordt de vacht grijzer en minder contrastrijk. De staart is relatief lang met een opvallende zwarte rand. Mannetjes dragen een breed, afgeplat gewei dat sterk afwijkt van het meer vertakte gewei van andere soorten.
Het damhert is goed waar te nemen, vooral in duingebieden, op landgoederen en in rustige bosranden. In de schemering komt hij geregeld tevoorschijn op open plekken om te grazen. Ook sporen zoals pootafdrukken, uitwerpselen, veegsporen en vraat aan jonge bomen verraadt zijn aanwezigheid. Tijdens de bronst in het najaar kan het mannetje extra opvallend zijn door zijn gedrag en geluiden.
Het damhert leeft in een gevarieerd landschap waar open voedselplekken en dekking elkaar afwisselen. Open graslanden, duinen en open plekken in het bos zijn belangrijk om te grazen, terwijl bosranden, struiken en dichtere begroeiing rust en beschutting bieden. In zulke mozaïeklandschappen kan het damhert zich goed verplaatsen tussen foerageergebied en rustplaats.
Het voedsel van het damhert bestaat vrijwel volledig uit planten. Grassen en kruiden vormen vaak de basis, maar ook bladeren, scheuten, knoppen, bast en vruchten worden gegeten. Het aandeel wisselt per seizoen en per leefgebied. Juist door hun intensieve vraat kunnen damherten veel invloed hebben op de ontwikkeling van begroeiing van een gebied.
De bronst vindt plaats in het najaar. Mannetjes proberen dan vrouwtjes om zich heen te verzamelen en kunnen onderling fel concurreren. Na de draagtijd wordt meestal één kalf geboren, dat de eerste tijd verborgen blijft in de begroeiing. In de eerste levensfase is het kalf sterk afhankelijk van de moeder. De voortplanting is daarmee, net als bij andere herten, sterk seizoensgebonden.
Het damhert is een grote planteneter. Daardoor heeft hij, zeker in gebieden met veel damherten een grote invloed op de begroeiing en verjonging van bomen en struiken. Tegelijk vormt het damhert zelf weer onderdeel van het ecosysteem, onder meer als voedselbron voor aaseters na natuurlijke sterfte of predatie door wolf.
- Het damhertmannetje heeft een breed schopgewei dat duidelijk afwijkt van het gewei van ree en edelhert.
- Het damhert komt in verschillende kleurvarianten voor, van lichtgevlekt tot bijna zwart.
- Hij is ooit door de mens ingevoerd en dus geen oorspronkelijke Nederlandse wilde soort is.
- Het damhert kan in gebieden waar hij veel voorkomt invloed hebben op de begroeiing en jonge bomen.
Het damhert komt in Nederland plaatselijk voor, met bekende populaties in onder meer de duinen en op landgoederen. In sommige gebieden zijn de aantallen sterk toegenomen, waardoor de soort een steeds zichtbaarder onderdeel van het landschap is geworden.
Het damhert komt van oorsprong uit delen van Zuidwest-Azië en het oostelijke Middellandse Zeegebied, maar is door de mens over grote delen van Europa verspreid. Tegenwoordig leeft de soort in veel Europese landen in vrije of halfvrije populaties.
Damherten zijn in Nederland beperkt tot enkele gebieden, maar kunnen lokaal grote aantallen bereiken en daarmee invloed hebben op natuurbeheer, bosverjonging, landbouw en verkeersveiligheid. Vooral in gebieden met hoge dichtheden leidt dat tot discussies over aantalsbeheer. De belangrijkste 'bedreigingen' voor de soort komen daardoor minder voort uit natuurlijke factoren en meer uit beheermaatregelen, verkeer en conflicten met menselijk gebruik van het landschap.
Je kunt helpen door waarnemingen van damherten door te geven via telmee.nl en waarneming.nl. Verder is het belangrijk om in gebieden waar damherten voorkomen afstand te houden, vooral in de bronsttijd en in de periode met jonge kalveren. Ook helpt het om alert te zijn op overstekende dieren in de schemering en nacht, wanneer de kans op aanrijdingen het grootst is.
Het damhert is in Nederland beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming). Het is verboden om damherten te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mag hun vaste leefgebied niet worden beschadigd of vernietigd. Dit leefgebied is jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn. Bij werkzaamheden zoals boswerkzaamheden en herinrichting van gebieden waar damherten voor kan komen moet daarom vooraf ecologisch onderzoek plaatsvinden. Als er damherten aanwezig zijn, zijn vaak mitigerende maatregelen en een omgevingsvergunning verplicht om belangrijke leefgebieden te behouden.