Vale vleermuis
Greater Mouse-eared Bat - Myotis myotis
De vale vleermuis is één van de grootste vleermuizen van Nederland. Hij is zeldzaam en je komt hem vooral in Zuid-Limburg tegen. Jagen doet de vale vleermuis op een speciale manier: Hij vliegt boven de bosbodem en luistert naar de ritselgeluiden van bodemdiertjes, en vervolgens stort hij zich op zijn prooi.
De vacht van de vale vleermuis is dik en kort, de rugzijde geelbruin tot rossig bruin en de buikzijde witgrijs tot beige. Er is een duidelijke overgang tussen rug- en buikzijde. De snuit is lang en breed, de oren zijn vrij lang en breed en hebben aan de buitenrand 7 of 8 dwarsplooien. Het oorflapje (tragus) is aan de basis breed en reikt bijna tot de helft van het oor. Aan het uiteinde bevindt zich vaak een zwarte vlek. De vleugels zijn breed en gebouwd voor een snelle, maar ook wendbare vlucht.
De vale vleermuis verlaat 20-30 minuten na zonsondergang zijn verblijfplaats en begeeft zich via vaste vliegroutes naar de jachtgebieden. Deze liggen maximaal 8-10 km van zijn verblijfplaats, maar soms legt hij grotere afstanden af. De vale vleermuis jaagt voornamelijk op 1-2 meter hoogte, met zijn kop en oren naar beneden gericht. Bodemdieren spoort hij niet met echolocatie maar op gehoor op via hun geritsel op de bosbodem.
Kraamverblijven bevinden zich in het noorden van het verspreidingsgebied op warme (kerk)zolders en in het zuiden in grotten en groeven. In de zomer bewoont hij gebouwen, grotten en groeven. Winterverblijven bevinden zich in grotten, groeven en kelders.
Zijn voedsel bestaat grotendeel uit grote (> 1 cm), op de grond levende kevers, krekels en spinnen. Loopkevers zijn de meest gevangen prooien. Daarnaast eet hij ook andere bodemdieren, afhankelijk van het lokale aanbod op dat moment.
Paring vindt vooral plaats in de verblijfplaatsen van het mannetje, dat door één of enkele vrouwtjes worden bezocht, en die daar gemiddeld vier dagen blijven. In minder mate wordt ook gepaard in de winterverblijven. De geboorten van één jong per vrouwtje zijn in Midden-Europa eind mei en juni. Na vijf weken vliegen de eerste dieren.
De vale vleermuis vervult een belangrijke rol in bosecosystemen. Door ’s nachts grote aantallen kevers en andere insecten te vangen, draagt hij bij aan een gezond en natuurlijk evenwicht. De vale vleermuis is een specialist en jaagt vooral op kevers die andere vleermuizen niet eten. Daarnaast is hij zelf ook een prooi voor uilen (vooral bosuil en kerkuil) en roofvogels (boomvalk, sperwer). Hij is gevoelig voor verlies van leefomgeving en lichtvervuiling. De aanwezigheid van de vale vleermuis wijst op een gezond ecosysteem met een grote biodiversiteit.
- Als de vale vleesmuis een prooi herkent, landt hij snel op de grond om deze te grijpen. De prooi wordt vervolgens bedekt met de vleugels en gepakt met de bek. Ook de reuk speelt hierbij een rol. De vleermuis vliegt daarna op en eet de prooi in de lucht op 5-15 m hoogte.
- De vale vleermuis is de grootste West-Europese vleermuissoort.
- Vale vleermuizen maken weinig gebruik van echolocatie, ze luisteren naar geluiden die hun prooi zelf maken.
- De hoogste leeftijd die bij vale vleermuizen werd vastgesteld, is 28 jaar.
In Nederland wordt de vale vleermuis voornamelijk overwinterend gevonden in het zuiden van Limburg. Daarnaast zijn er incidentele meldingen uit de provincies Gelderland en Utrecht en uit de zuidhollandse duinen. In Zuid-Limburg en in het oosten van het land zijn ook geluidswaarnemingen gedaan. De enige recente kraamkolonie is gevonden in het Geuldal in Zuid-Limburg.
De vale vleermuis komt voor in West-, Centraal- en Zuid-Europa. De noordwestelijke grens van het verspreidingsgebied loopt door Nederland en Vlaanderen. Hij ontbreekt (vrijwel) op de Britse Eilanden en in Scandinavië, even als op veel eilanden in de Middellandse Zee.
Verlies en verstoring van woon-, foerageer- en verbindend habitat zijn de grootste bedreiging. Daarnaast zijn gewasbeschermingsmiddelen, intensivering van de landbouw, verarming van de insectenfauna en afname van de structuurvariatie in het agrarisch gebied een knelpunt. Een aandachtspunt vormt de beschikbaarheid van verblijfplaatsen in kerken, kloosters en grotere gebouwen, vooral in de gebouwen die worden verbouwd voor een andere gebruiksfunctie. Gebruik van pesticiden ten behoeve van houtbehandeling lijkt gevaarlijk voor vleermuizen. Daarnaast kan aanlichten en kunstmatige verlichting in de omgeving verblijven ongeschikt maken. Bezoek aan mergelgroeves in de winter leidt tot verstoring. Schaalvergroting, doorsnijding, versnippering en een toenemende kunstmatige verlichting leiden tot een slachtofferrisico en/of verminderde toegankelijkheid van voedsel.
Maak je tuin donker en insectvriendelijk: beperk buitenverlichting, gebruik geen pesticiden en kies voor inheemse planten die veel insecten aantrekken. Zo help je vleermuizen aan voldoende prooi. Ook kan je een vleermuiskast ophangen als extra verblijfplaats, bijvoorbeeld aan de zijkant van je huis of in een boom. Probeer mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen niet te verstoren
De vale vleermuis is in Nederland strikt beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming), op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Het is verboden om vale vleermuizen te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mogen hun vaste rust- en verblijfplaatsen, zoals kraamkolonies en winterverblijven, niet worden beschadigd of vernietigd. Deze verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn.