Staat van Instandhouding

De staat van instandhouding (SvI) is het zesjaarlijkse centrale beoordelingssysteem van de Europese Habitatrichtlijn. Hiermee wordt bepaald of een soort op de lange termijn duurzaam kan voortbestaan binnen haar natuurlijke verspreidingsgebied. 

Om te spreken van een gunstige staan van instandhouding moeten alle vier de onderliggende categorieën gunstig worden beoordeeld. Deze categorieën zijn verspreiding, populatiegrootte, kwaliteit van leefgebied en toekomstperspectief. De eindbeoordeling is gebaseerd op de slechtste score van deze vier categorieën en wordt gerapporteerd als gunsting, matig ongunstig, zeer ongunstig of onvoldoende gegevens.

De meest recente rapportage laat zien dat de algemene staat van instandhouding van Nederlandse Habitatrichtlijn-zoogdieren nog niet overal gunstig is, maar dat gerichte natuurherstelmaatregelen wel degelijk resultaat opleveren. De otter vormt daarvan het meest aansprekende voorbeeld: een soort die van uitgestorven naar een gunstige staat van instandhouding is hersteld. Tegelijkertijd tonen soorten als de hamster aan dat herstel niet vanzelfsprekend is en langdurige bescherming, habitatverbetering en populatiebeheer noodzakelijk blijven.

Hoe gaat het met de zoogdieren?

 

Afbeelding
Staat van Instandhouding Zoogdieren
Overzicht van de staat van instandhouding per Europees beschermde zoogdiersoort. In de eerste kolommen is de bijlage van de Habitatrichtlijn weergegeven waaraan de soort de beschermingsstatus ontleend. Daarna worden voor de vier onderdelen van de bepaling van de Staat van Instandhouding duiding gegeven per soort. G staat voor 'gunstig', MO staat voor 'matig ongunstig', ZO staat voor 'zwaar ongunstig' en X staat voor 'onbekend'. In de kolom Totaal SvI wordt de eindscore van de Staat van Instandhouding weergegeven, deze is gebaseerd op de slechtste score van de voorgaande categorieën.