Bosmuis
Wood mouse - Apodemus sylvaticus
Met zijn behendig springende poten valt de bosmuis direct op. 's Nachts gaat hij op zoek naar zaden, noten en insecten. De bosmuis heeft de bijzondere gewoonte om voedselvoorraden aan te leggen: hij verstopt hazelnoten en eikels op tientallen plekken om deze later op te eten en draagt zo bij aan de verspreiding van bomen en struiken. De bosmuis past zich gemakkelijk aan, van bosrand tot stadstuin, zolang er maar voldoende bescherming en planten met zaden en vruchten aanwezig zijn.
De bosmuis heeft een slank lichaam, een lange staart en opvallend grote ogen en oren. Zijn vacht is roodbruin tot lichtbruin op de rug en wit op zijn buik. De overgang tussen rug en buik is scherp zichtbaar. In vergelijking met andere muizen heeft de bosmuis lange achterpoten, waarmee hij goed kan springen.
Een bosmuis kun in de schemering soms spotten langs bosranden en in tuinen. Overdag zijn het de sporen die verraden of ze aanwezig zijn. Het meest kenmerkend zijn aangeknabbelde hazelnoten: de bosmuis knabbelt een gladde, ronde opening in de zijkant van de noot, en eet vervolgens de inhoud eruit. Ook kleine opslagplaatsjes met zaden of noten onder bladeren of in holtes, en aangevreten paddenstoelen, zijn goede aanwijzingen. Ten slotte kun je de schedels van bosmuizen vinden in de braakballen van uilen.
De bosmuis leeft in uiteenlopende landschappen met voldoende beschutting, zoals bossen, heggen, houtwallen en tuinen. Hij gebruikt holen in de grond, onder boomwortels of tussen stenen als schuilplaats en nestplaats.
Zijn dieet bestaat vooral uit zaden, noten, bessen en andere plantaardige delen. Daarnaast eet de bosmuis ook insecten en andere kleine ongewervelden. In de herfst legt hij kleine voedselvoorraden aan.
Van het voorjaar tot in de herfst kan een vrouwtje meerdere nesten krijgen. Een nest bestaat meestal uit 5 of 6 jongen. De jongen groeien snel en zijn al na enkele weken zelfstandig.
De bosmuis speelt een dubbele rol in het ecosysteem. Enerzijds is hij een belangrijke voedselbron voor uilen, roofvogels, vossen en marterachtigen. Anderzijds draagt hij actief bij aan bosverjonging: door zaden en noten te verzamelen en te begraven, en die niet altijd terug te vinden, verspreidt hij boomzaden over grote afstanden. Daarmee functioneert de bosmuis tegelijk als prooi én als onbewuste tuinier van het bos.
- De bosmuis kan verrassend goed springen en soms sprongen maken van meer dan een halve meter.
- Hij legt kleine voedselvoorraden aan van zaden en noten, die hij later weer opzoekt.
- De bosmuis is vooral 's nachts actief en vertrouwt op zijn goede gehoor en reuk om voedsel en gevaar te vinden.
- Veel roofdieren, zoals uilen, vossen en marters, zijn voor hun voedsel afhankelijk van muizen zoals de bosmuis.
- De bosmuis is een van de weinige muizensoorten die ook regelmatig in gebouwen overwintert, maar in tegenstelling tot de huismuis trekt hij in het voorjaar weer naar buiten.
- De bosmuis kan grote afstanden afleggen: zelfs op 350 meter van zijn vangplaats kan een gevangen bosmuis zijn hol terugvinden.
- Het aantal bosmuizen kan in de nazomer tot wel tien keer groter zijn dan aan het begin van het jaar.
De bosmuis komt in vrijwel heel Nederland voor en is een van de meest algemene muizensoorten. Hij leeft zowel in natuurgebieden als in agrarisch landschap, parken en tuinen.
De bosmuis komt in het grootste deel van Europa voor, tot aan de zuidkant van Scandinavië en zelfs nog aan de noordkust van Afrika.
De bosmuis staat niet op de rode lijst en komt in vrijwel heel Nederland voor. Hoewel de soort zich goed weet aan te passen aan uiteenlopende landschappen, is hij afhankelijk van voldoende structuur en dekking. Het verdwijnen van houtwallen, heggen en andere vegetatie kan lokaal nadelig zijn. Omdat de bosmuis een centrale prooisoort is voor onder meer kerkuil en ransuil, heeft zijn aanwezigheid ook indirect invloed op de populaties van die soorten.
Plant zaaddragende struiken en bomen in de tuin, zoals meidoorn, vlier of hazelaar, zodat bosmuizen voedsel vinden en voorraden kunnen aanleggen. Houd een deel van de tuin rommelig: een houtstapel, een bladhoop of dichte struiken bieden beschutting en nestgelegenheid. Gebruik geen gif, zodat het voedselaanbod van insecten en zaden intact blijft.
De bosmuis staat niet op de Rode Lijst Zoogdieren 2020. De soort is niet opgenomen in de Habitatrichtlijn (1992) en ook niet in de Conventie van Bern (1982). Wel valt de bosmuis onder de algemene bescherming van inheemse zoogdieren in de Omgevingswet: het opzettelijk doden of verstoren van dieren in het wild is niet toegestaan.