Gewone bosspitsmuis
Common shrew - Sorex araneus
Als je een gewone bosspitsmuis kort te zien krijgt, zie je een nerveus bruin pijltje dat even opduikt en dan verdwijnt in bladeren of gras. Door zijn extreem hoge stofwisseling moet hij vrijwel continu eten en kan hij al na een paar uur zonder voedsel sterven. De gewone bosspitsmuis is de meest algemene spitsmuis van Nederland en leeft overal: van graslanden en houtwallen tot bosranden en tuinen. Hij is geen knaagdier maar een insecteneter, en dus afhankelijk van een gezonde, levende bodem.
De gewone bosspitsmuis heeft een donkerbruine tot zwartbruine rug, lichtere bruine flanken en een grijswitte buik. Hij heeft een spitse kop met kleine donkere ogen, lange snorharen en een donkere neus. De oren zijn grotendeels in de vacht verborgen. De is korter dan het lichaam en heeft aan het uiteinde een kwastje dat bij oudere dieren vaak versleten is.
De gewone bosspitsmuis laat weinig makkelijk herkenbare sporen achter en zie je zelden direct. Zijn aanwezigheid kan blijken uit prooiresten in braakballen (de ballen van onverteerde resten die uilen uitspugen) van met name kerkuilen. Soms is een zacht gekwetter te horen; bij confrontaties klinkt juist een schril en luid gepiep.
De gewone bosspitsmuis leeft in allerlei landschapstypen, zolang er maar een bodembedekkende begroeiing aanwezig is. Voor een geschikt leefgebied zijn dekking, strooisel en een voldoende vochtige bodem belangrijk. In de winter leeft de gewone bosspitsmuis grotendeels ondergronds.
De gewone bosspitsmuis eet voornamelijk kleine ongewervelden zoals insecten, duizendpoten, spinnen, pissebedden en wormen. Hij zoekt in de bodem naar eten, tussen bladafval en in smalle gangen tot ongeveer 10 cm diepte, en spoort zijn prooi vooral op met zijn goede reukvermogen. Door zijn hoge energieverbruik moet hij vrijwel voortdurend eten.
De voortplantingstijd loopt van april tot augustus. In die periode leeft het mannetje en het vrouwtje samen. Na een draagtijd van ongeveer drie weken worden 1-9 jongen geboren, meestal 5-6. Als de jongen ongeveer een week oud zijn, gaan ze al met hun moeder mee op voedseltocht. Na circa 23 dagen zijn ze zelfstandig. Jonge dieren nemen pas in het volgende voorjaar deel aan de voortplanting.
De gewone bosspitsmuis is een belangrijke jager op kleine bodemdieren en speelt daarmee een rol in het evenwicht van het bodemleven. Tegelijk is hij zelf een prooi voor onder meer uilen, wat blijkt uit vondsten in braakballen.
- Een gewone bosspitsmuis kan al na ongeveer drie uur zonder voedsel van de honger sterven.
- Hij eet per dag 80-90% van zijn lichaamsgewicht aan voedsel.
- De gewone bosspitsmuis is zowel overdag als ’s nachts actief is en piept vaak zacht tijdens het zoeken naar voedsel.
- Als hij ouder wordt kan hij een bijna kale staart krijgen, omdat de haren van het staartkwastje niet worden vervangen.
In een groot deel van Nederland komt de gewone bosspitsmuis voor. Ondanks wat zijn naam doet vermoeden, komt hij minder voor in grote bosgebieden zoals de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Dit komt doordat hij op losse zandgrond niet goed gangen kan graven.
Het verspreidingsgebied van de gewone bosspitsmuis strekt zich uit over een groot deel van Europa. De soort ontbreekt in een groot deel van Frankrijk, op het Iberisch schiereiland behalve in de Pyreneeën, in het grootste deel van Italië en op de zuidelijke Balkan.
De gewone bosspitsmuis staat niet op de Nederlandse Rode Lijst, maar heeft wel te lijden onder het verlies van vochtige bossen met op de bodem een dikke laag bladeren en takken. Ook pesticiden, die het aanbod van insecten verminderen, en predatie door huiskatten vormen een bedreiging.
Je kunt helpen door in je tuin wilde hoekjes te maken met bladeren op de grond, dichte begroeiing en stukken dood hout. Dit biedt spitsmuizen schuilplekken en voldoende voedsel. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen, zodat er genoeg insecten en andere kleine diertjes overblijven om te eten.
De gewone bosspitsmuis is niet opgenomen op de Rode Lijst NL Zoogdieren 2020. De soort is opgenomen in bijlage IX van artikel 11.54 van de Omgevingswet. De gewone bosspitsmuis staat op Appendix III van de Conventie van Bern (1982) en is niet vermeld in de Habitatrichtlijn (1992). Voor het vangen van een gewone bosspitsmuis met live-traps is een vergunning nodig.