Tweekleurige bosspitsmuis
Crowned shrew - Sorex coronatus
De tweekleurige bosspitsmuis heeft een bijzonder verhaal: lange tijd werd hij in Nederland verward met de gewone bosspitsmuis. Pas door genetisch onderzoek werd duidelijk dat het om twee verschillende soorten gaat; bij de tweekleurige bosspitsmuis is het contrast tussen de donkere rug en de lichtere flanken groter; het zit al in zijn naam. In het veld is het onderscheid lastiger, hij wordt waarschijnlijk vaker over het hoofd gezien dan zijn verspreiding doet vermoeden. Daarom is elke waarneming in vochtige bosranden, houtwallen en ruige overgangsgebieden waardevol.
De tweekleurige bosspitsmuis is klein, heeft een spitse snuit, piepkleine ogen en kleine oren die deels in de vacht verborgen zitten. Zijn rug is donker- tot zwartbruin, terwijl flanken en buik duidelijk lichter zijn. In het veld is dit verschil echter niet altijd even goed te zien en daarom is lastig te onderscheiden van de gewone bosspitsmuis.
De tweekleurige bosspitsmuis kun je in het veld bijna niet met zekerheid herkennen. De betrouwbaarste methode is het onderzoeken van braakballen bij kerkuilen: ballen van onverteerde resten die uilen uitspugen, waarbij je de schedels met enige oefening kunt herkennen. In het veld zijn de sporen dezelfde als die van andere bosspitsmuizen: afgebeten vlindervleugels, leeggegeten slakkenhuisjes en kleine prooiresten op vaste plekjes in ruige, vochtige begroeiing.
De tweekleurige bosspitsmuis leeft in dichte, vochtige begroeiingen met veel bodembedekking. Bosranden, ruige graslanden, houtwallen, overgangen tussen open terrein en bomen en struiken zijn belangrijk. Zulke plekken bieden schuilgelegenheid, een rijk aanbod aan kleine prooien en voldoende vocht om het bodemleven op peil te houden. De tweekleurige bosspitsmuis maakt gebruik van natuurlijke spleten, gangen tussen wortels en ondiepe paadjes door strooisel en mos.
Zijn voedsel bestaat vrijwel volledig uit dierlijke prooien. Op het menu staan insecten, insectenlarven, spinnen, wormen, slakken en andere kleine ongewervelden. Door zijn hoge stofwisseling moet de tweekleurige bosspitsmuis bijna voortdurend eten. Daardoor is het een actieve jager die op kleine schaal een grote invloed heeft op de aantallen strooiseldieren in zijn territorium.
In het voorjaar en de zomer krijgt het vrouwtje meerdere worpen per jaar. Na een korte draagtijd worden enkele jongen geboren in een goed verborgen nest van gras, mos en bladeren. De jongen groeien snel en zijn al binnen korte tijd zelfstandig. Omdat spitsmuizen kort leven, zijn snelle groei en snelle voortplanting essentieel voor het voortbestaan van de populatie.
De tweekleurige bosspitsmuis is een kleine jager op strooiseldieren en helpt daarmee populaties van insecten, larven en andere kleine ongewervelden in balans te houden. Tegelijk is hij zelf een belangrijke prooisoort voor uilen, roofvogels en kleine roofdieren. Daarmee vormt de soort een onmisbare schakel tussen het verborgen bodemleven en hogere jagers in het landschap.
- De tweekleurige bosspitsmuis werd lange tijd niet als aparte soort van de gewone bosspitsmuis herkend.
- De spitsmuis is geen knaagdier, maar een insecteneter.
- Hij moet door zijn hoge energiestofwisseling bijna voortdurend eten.
- Veel kennis over tweekleurige bosspitsmuizen is afkomstig uit braakbalonderzoek en specialistische herkenningstechnieken.
De tweekleurige bosspitsmuis komt in delen van Nederland voor, vooral in gebieden met geschikte vochtige en structuurrijke leefomstandigheden. Omdat de soort in het veld moeilijk te onderscheiden is van de gewone bosspitsmuis, is het verspreidingsbeeld minder scherp dan bij veel andere kleine zoogdieren.
De tweekleurige bosspitsmuis komt in grote delen van West- en Midden-Europa voor. In sommige regio’s overlapt zijn verspreiding met die van de gewone bosspitsmuis, wat de soort ecologisch en taxonomisch extra interessant maakt.
De tweekleurige bosspitsmuis staat op de Rode Lijst NL Zoogdieren 2020 als 'thans niet bedreigd', maar is afhankelijk van vochtige, structuurrijke territoria met een rijk bodemleven. Verdroging, intensief maaibeheer en het verdwijnen van ruige overgangen tussen grasland, struweel en bos zijn nadelig voor de soort. Omdat hij bovendien moeilijk te onderscheiden is van de gewone bosspitsmuis, zijn veranderingen in zijn verspreiding en aantallen lastiger te volgen dan bij soorten die gemakkelijk in het veld te determineren zijn.
Laat in tuin of terrein ruige hoekjes, bladlagen en dichte bodembedekking aanwezig, zodat er voldoende schuilplekken en voedsel zijn voor kleine insecteneters zoals bosspitsmuizen. Gebruik geen gif, zodat het bodemleven intact blijft. Vochtige, structuurrijke overgangen tussen grasland en struweel zijn bijzonder waardevol voor deze soort.
De tweekleurige bosspitsmuis staat op de Rode Lijst NL Zoogdieren 2020 als 'thans niet bedreigd'. De soort is opgenomen in Appendix III van de Conventie van Bern (1982) en is niet vermeld in de Habitatrichtlijn (1992). De tweekleurige bosspitsmuis valt in Nederland onder de algemene bescherming van inheemse zoogdieren; onnodige verstoring of het doden van dieren in het wild is niet toegestaan.