Gewone grootoorvleermuis

Brown long-eared bat - Plecotus auritus

niet bedreigd
niet bedreigd

De gewone grootoorvleermuis is een middelgrote vleermuis die direct opvalt door zijn brede en zeer lange oren. Ook zijn vleugels zijn breed en lang, waardoor ze goed in kleine ruimtes kunnen manoeuvreren. Gewone grootoorvleermuizen zoeken hun prooien vaak op de planten, struiken en bomen, en sporen deze op met hun grote ogen en door te luisteren naar de ritselgeluiden die ze maken.

Afbeelding
Gewone grootoorvleermuis - dier, levend - Bernadette van Noort
Klap alle velden uit
Kenmerken
Grootte
4,2-5,3 cm
Gewicht
6-9 gr
Leeftijd
Gemiddeld 7 jaar
Voedsel
Motten, insecten en spinnen
Leefwijze
Vrouwtjes in groepen, mannetjes leven solitair
Status
Thans niet bedreigd
Leefgebied
De gewone grootoorvleermuis is een soort van bossen. Loof- en gemengde bossen hebben de voorkeur. Daarnaast jaagt hij langs bosranden, in tuinen en parken en bij individuele bomen.
Terug naar boven
Herkenning

De gewone grootoorvleermuis heeft een bruin tot geelbruine rug en een grijs- tot geelwitte buik. Buik en rug hebben een donkerbruine ondervacht. De kleur van de snuit varieert van roze tot bruin. De grootoorvleermuizen heeft vrij grote ogen. De wratjes boven zijn ogen zijn bij de gewone grootoorvleermuis goed zichtbaar.

Terug naar boven
Waar kan ik dit dier zien

Gewone grootoorvleermuizen zijn moeilijk in de vlucht waar te nemen, omdat ze pas tevoorschijn komen als het volledig donker is. Hij jaagt met een langzame, zeer wendbare vlucht dicht op of door de vegetatie. Hij plukt zijn prooien van bladeren en (minder vaak) uit de lucht. Vaak vliegt hij in een langzame, stijgende vlucht verticaal van onderen naar boven langs begroeiing of wanden. Soms blijvt hij stil hangen (bidden) in de lucht. De prooi worden dan direct van de begroeiing geplukt.

Terug naar boven
Leefwijze

De gewone grootoorvleermuis is een gebouw- en boombewoner. Hij gebruikt zeer uiteenlopende soorten verblijfplaatsen. Ze worden in de zomer aangetroffen op zolders, achter betimmeringen, daklijsten en vensterluiken, in spouwmuren en onder dakpannen, in holten en spleten in bomen en in nest- en vleermuiskasten. Als winterverblijf worden vooral ondergrondse ruimten gebruikt, zoals grotten, kalksteengroeven, oude steenfabrieken, bunkers, forten, vestingwerken, ijskelders en (kasteel)kelders. Overwinterende gewone grootoorvleermuizen zijn echter ook op zolders en in kerktorens, en een enkele keer in boomholtes gevonden.

Nachtvlinders vormen de hoofdmoot van zijn dieet. Daarnaast vangt de gewone grootoorvleermuis verschillende grote, vaak dagactieve of niet-vliegende prooien, zoals dagpauwogen, langpootmuggen, spinnen, kevers, schietmotten, vliegen, rupsen, steekmuggen en oorwormen.

Paring vinden plaats vanaf de herfst, bij de zwermplaatsen, tot in het voorjaar, in de winterverblijven. In de herfst en het voorjaar worden grootoorvleermuizen waargenomen die vanaf een hangplaats aan bijvoorbeeld een boomstam, luid roepend de aandacht trekken. De geboorte van één, soms twee jongen vindt plaats in de laatste drie weken van juli. Vanaf 3-4 weken worden de eerste vliegpogingen gedaan en na 6 weken zijn de jongen vliegvlug.

Terug naar boven
De ecologische rol

De gewone grootoorvleermuis vervult een belangrijke rol in bosecosystemen. Door ’s nachts grote aantallen machtvlinders, muggen en andere insecten te vangen, helpt hij insectenpopulaties in balans te houden en draagt hij bij aan een gezond en natuurlijk evenwicht. De gewone grootoorvleermuis is een specialist en kan door zijn oren prooien vangen die andere vleermuizen niet kunnen vinden. Zijn aanwezigheid wijst op een gezond ecosysteem met een insectrijke omgeving. Daarnaast is hij zelf ook een prooi voor uilen (vooral bosuil en kerkuil) en roofvogels (boomvalk, sperwer).  

Terug naar boven
Wist je dat
  • Pas na 1960 werd onderscheid gemaakt tussen de gewone en de grijze grootoorvleermuis.
  • De oren van de gewone grootoorvleermuis zijn breed en kunnen 3 tot 4 cm lang zijn, ruim de helft van zijn lichaamslengte.
  • In de herfst en het voorjaar trekt de grootoorvleermuis vanaf een hangplaats luid roepend de aandacht. In die tijd wordt het seksueel actieve mannetje in boomholtes, op zolders en in nest- en vleermuiskasten gevonden.
  • De gewone grootoorvleermuis verdampt veel via de vlieghuid en de oren, en moet daarom veel drinken. De aanwezigheid van water in zijn gebied is daarom belangrijk.
Terug naar boven
Verspreiding

De gewone grootoorvleermuis komt in Nederland voor waar bos is. Alleen in de bossen Flevoland is hij vrijwel niet waargenomen.

Het areaal omvat een groot deel van Europa, van het Iberisch Schiereiland (met uitzondering van het zuidelijk deel) tot aan de Oeral in het oosten. Ook in Zuid-Italië en Zuid-Griekenland ontbreekt de soort. Noordelijk komt hij voor tot 65° NB.

verspreidingskaart
Terug naar boven
Bescherming
Beschermingsstatussen
niet bedreigd
niet bedreigd
eurovlag-IV.svg Europees beschermd IV
Europees beschermd IV

vanaf 1970 wordt gewone grootoorvleermuis in heel Nederland gevonden, met uitzondering van de Waddeneilanden en open gebieden als Noord Groningen, het grootste deel van Flevoland, het Groene Hart en delen van Zeeland. Vanaf 1990 wordt de soort ook aangetroffen in noordelijk Noord-Holland en Noord-Groningen. De toename in het aantal vindplaatsen in de laatste periode is waarschijnlijk vooral een gevolg van verbeterde onderzoeksmethoden en -intensiteit

Top 3 bedreigingen
Milieukwaliteit
Verlies van leefomgeving
Verstoring
Terug naar boven
Wat kun jij doen

Maak je tuin donker en insectvriendelijk: beperk buitenverlichting, gebruik geen pesticiden en kies voor inheemse planten die veel insecten aantrekken. Zo help je vleermuizen aan voldoende prooi. Ook kan je een vleermuiskast ophangen als extra verblijfplaats, bijvoorbeeld aan de zijkant van je huis of in een boom. Probeer mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen niet te verstoren

Terug naar boven
Wet en regelgeving

De gewone grootoorvleermuis is in Nederland strikt beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming), op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Het is verboden om gewone grootoorvleermuizen te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mogen hun vaste rust- en verblijfplaatsen, zoals kraamkolonies en winterverblijven, niet worden beschadigd of vernietigd. Deze verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn. 

Terug naar boven