Aardmuis
Field vole - Microtus agrestis
De aardmuis zie je niet vaak, maar zet overal in het gras en in ruige begroeiing zijn handtekening: hij maakt smalle paadjes en de kleine ingangen van zijn holen zijn goed te zien. Hij ziet er onopvallend uit, maar is van grote betekenis voor de natuur: voor uilen, roofvogels, vossen en kleine marterachtigen is hij een onmisbare prooi. Omdat de aardmuis in grote aantallen aanwezig kan zijn, speelt hij een onmisbare rol in veel voedselketens.
De aardmuis heeft een gedrongen lichaam, kleine oren die grotendeels in de vacht verborgen zitten en een relatief korte staart. De vacht is vaak ruig van structuur en bruin tot grijsbruin. De buik is meestal iets lichter van kleur. In vergelijking met andere woelmuizen is de aardmuis iets forser en hariger.
De aardmuis zie je zelden. Hij verraadt zijn aanwezigheid door smalle looppaadjes die door het gras lopen: korte, haarscherpe tunneltjes vlak boven de grond. Zoek ook naar afgeknabbelde graspollen en stengels die vlak boven de grond zijn doorgeknipt en platgedrukt liggen. Rond gangopeningen ligt soms een klein hoopje uitgeworpen aarde of plantenresten. Ten slotte kunnen de schedels van aardmuizen worden gevonden in de braakballen van uilen.
De aardmuis leeft vooral in gebieden met dichte vegetatie waar hij beschutting vindt tegen roofdieren. Hij maakt gangen in het gras en onder bladeren.
Zijn dieet bestaat voornamelijk uit grassen en kruiden. In de winter eet de aardmuis ook wortels, zaden en soms schors van jonge planten.
De aardmuis plant zich snel voort. In het voorjaar en de zomer kan een vrouwtje meerdere nesten krijgen met meestal 3 tot 7 jongen. Hierdoor kunnen populaties in sommige jaren sterk toenemen.
De aardmuis vormt een belangrijke voedselbron voor veel roofdieren, zoals uilen, roofvogels, vossen en marterachtigen. Hierdoor speelt de soort een centrale rol in voedselketens van vele ecosystemen.
- De aardmuis maakt duidelijke paadjes door het gras, ook wel “muizenpaadjes” genoemd.
- In jaren met veel voedsel kunnen de aantallen sterk toenemen.
- Veel roofdieren, zoals roofvogels en marterachtigen, zijn sterk afhankelijk van de aardmuis als voedsel.
- Ondanks zijn kleine formaat heeft de aardmuis een grote invloed op ecosystemen doordat hij planten eet en zelf weer voedsel is voor andere dieren.
De aardmuis is algemeen aanwezig in vrijwel heel Nederland, minder in Noord- en Zuid-Holland, afwezig op Vlieland, Terschelling en Schiermonnikoog. Op Texel en Ameland is hij door mensen geïntroduceerd.
De aardmuis komt voor in grote delen van Europa, van West-Europa tot Rusland en van Scandinavië tot delen van Zuid-Europa.
De aardmuis is in Nederland een algemene soort die niet op de Rode Lijst staat. Hoewel de soort niet direct kwetsbaar is, zijn gezonde populaties afhankelijk van voldoende ruige graslanden, bermen en natuurgebieden met dichte vegetatie. Omdat de aardmuis een centrale rol speelt als prooisoort voor veel roofdieren, werken veranderingen in zijn aantallen ook door naar andere soorten in het ecosysteem.
Laat bermen, graslanden en tuinranden ruiger groeien en maai niet overal tegelijk, zodat aardmuizen uitwijkmogelijkheden hebben. In tuinen en op erven helpt het om hoekjes met hoog gras of riet te bewaren. Gebruik geen pesticiden, zodat het ecosysteem rondom de aardmuis intact blijft.
De aardmuis staat niet op de Rode Lijst NL Zoogdieren 2020. De soort is niet opgenomen in de Habitatrichtlijn (1992) en ook niet in de Conventie van Bern (1982). Wel valt de aardmuis onder de algemene bescherming van inheemse zoogdieren in de Omgevingswet: het opzettelijk doden of verstoren van dieren in het wild is niet toegestaan.