Veldmuis
Common vole - Microtus arvalis
De veldmuis is talrijk in het Nederlandse boerenland en zorgt voor zeer uiteenlopende reacties. Voor kerkuil, torenvalk en vos is hij in piekjaren een belangrijke voedselbron: hun succes bij de voortplanting hangt direct van hem af. Voor de boer die schade aan gewassen ziet, is hij soms een last. Die tegenstelling maakt de veldmuis interessant voor ecologen: de wisselende aantallen hebben groot effect op de voedselketen van open gebieden. Toch zie je hem zelden; hij leeft laag in de begroeiing.
De veldmuis is een kleine, gedrongen woelmuis met een stompe snuit, kleine oren die grotendeels in de vacht verborgen zitten en een opvallend korte staart. De rug is meestal grijsbruin tot bruin van kleur, de buik iets lichter. In vergelijking met de aardmuis is de veldmuis vaak wat kleiner, kortstaartiger en minder ruig behaard.
De veldmuis zelf laat zich zelden lang bekijken, maar zijn aanwezigheid kun je bijna niet missen. Kenmerkend zijn de uitgebreide stelsels van looppaadjes en kleine ingangen naar gangen die hij in gras en kruiden aanlegt: brede, platgetreden tunneltjes in de begroeiing met ronde openingen naar ondiepe gangen. Op dijken, bermen en graslanden kunnen deze paadjes in hoge dichtheden meters ver doorlopen. Vraatsporen aan de basis van graspollen, kortgeknipte grasstengels en afgevreten kruidenstengels completeren het beeld. In piekjaren is de schade aan grasland soms van grote afstand zichtbaar als kaalgevreten plekken.
De veldmuis leeft vooral in open vegetaties waar hij tegelijk dekking en voedsel vindt. Hij maakt een netwerk van gangen net onder het maaiveld en gebruikt vaste paadjes (wissels) door de vegetatie. Een dichte grasmat, kruidenrijke vegetatie en niet te intensief beheer maken een gebied aantrekkelijk. In kale of zwaar verstoorde terreinen houdt hij zich veel minder goed staande.
Zijn voedsel bestaat vooral uit plantaardig materiaal zoals grassen, kruiden, zaden, wortels en jonge scheuten. De veldmuis eet vooral laag bij de grond en kan in voedselrijke jaren veel invloed uitoefenen op de begroeiing. In droge of voedselarme periodes schakelt hij makkelijk over op andere beschikbare plantendelen.
De veldmuis kan zich zeer snel voortplanten. In gunstige jaren krijgt een vrouwtje in het voorjaar en de zomer meerdere worpen met enkele jongen per nest. Daardoor kunnen populaties in korte tijd heel snel toenemen. Zulke piekjaren hebben direct effect op roofdieren, die dan veel gemakkelijker aan voedsel komen.
De veldmuis is een sleutelsoort in open landschappen. Hij eet grote hoeveelheden plantaardig materiaal en beïnvloedt zo de vegetatie. Maar hij is vooral van groot belang als voedselbron voor roofvogels, uilen, reigers, vossen en kleine roofdieren. In jaren met veel veldmuizen reageren roofdieren daar vaak direct op met hogere broedsuccessen of grotere aantallen.
- Het aantal veldmuizen neemt in sommige jaren massaal toe , waardoor hele graslanden vol looppaadjes zitten.
- Roofvogels en uilen profiteren sterk van deze goede veldmuisjaren.
- De veldmuis is een van de belangrijkste prooisoorten van open graslanden.
- Je herkent hem vaak eerder aan zijn sporen dan dat je hem direct waarneemt.
De veldmuis komt in vrijwel heel Nederland voor en is vooral talrijk in open landschappen zoals graslanden, dijken, akkers en bermen. In bosrijke of sterk bebouwde gebieden is de soort minder algemeen.
De veldmuis komt uitsluitend in Europa voor. De zuidgrens van het verspreidingsgebied loopt door Noord-Spanje, Noord-Italië en de Balkan. Noordwaarts komt de soort voor tot in Scandinavië, maar ontbreekt in de meest arctische gebieden. In grote delen van Midden- en Oost-Europa is de veldmuis een van de meest algemene kleine zoogdieren van open landschappen.
De veldmuis staat op de Rode Lijst NL Zoogdieren 2020 als 'thans niet bedreigd' en is in Nederland een van de meest algemene kleine zoogdieren. Toch verschilt de waardering voor deze soort sterk: voor roofdieren is hij onmisbaar, terwijl hij in piekjaren schade aan gewassen en graslanden kan veroorzaken. Die piekjaren zijn tijdelijk: door stress, voedselschaarste en weersomstandigheden volgt na een maximum altijd een daljaar. Ecologisch gezien is de veldmuis een sleutelsoort wiens aantalsschommelingen direct zichtbaar zijn in het broedsucces van uilen en roofvogels. Intensief maaibeheer en het verdwijnen van kruidenrijke overgangen kunnen de soort lokaal onder druk zetten.
Je kunt helpen door bermen, dijken en graslanden niet overal tegelijk kort te maaien en voldoende kruidenrijke dekking in het landschap te bewaren. Gefaseerd maaibeheer geeft veldmuizen de mogelijkheid om uit te wijken en voorkomt dat hele populaties tegelijk worden verstoord.
De veldmuis staat op de Rode Lijst NL Zoogdieren 2020 als 'thans niet bedreigd'. De soort is niet opgenomen in de Habitatrichtlijn (1992) en ook niet in de Conventie van Bern (1982). De veldmuis valt in Nederland wel onder de algemene bescherming van inheemse zoogdieren; onnodige verstoring of het doden van dieren in het wild is niet toegestaan.