Baardvleermuis
Whiskerd bat - Myotis mystacinus
De baardvleermuis is een kleine soort vleermuis. Hij gebruikt bij voorkeur lijnen in het landschap, zoals heggen en bomenrijen, als vliegroute. Als hij op jacht gaat, worden vaak dezelfde routes afgelegd boven paden of langs bosranden of hij vliegt steeds dezelfde rondjes boven een open plek. De baardvleermuis vangt insecten uit de lucht zonder al te veel af te wijken van zijn vliegroute.
De baardvleermuis is lichtgrijs op de buik en geel- tot donkerbruin op de rug. Zijn snoet en onderarmen zijn donkerbruin tot zwart. De oren van de baardvleermuis zijn kort, donkerbruin en relatief spits uitlopend. Het oorflapje (tragus) reikt bijna tot de helft van het oor en heeft een spitse punt. Hij lijkt veel op de Brandts vleermuis.
De baardvleermuis verlaat zo'n 30 minuten na zonsondergang zijn verblijfplaats om te gaan jagen. Het merendeel jaagt binnen een afstand van 1 tot 3 km van de verblijfplaats. De baardvleermuis is een zijn matig wendbare vlieger die kalm, laag bij de grond en in rechte banen op enkele meters van de begroeiing zijn baantjes trekt. Geregeld houdt hij pauzes, hangend aan een tak.
De baardvleermuis is een gebouw- en een boombewoner. Hij woont in de zomer in bomen, zolders, of de ruimte achter gevelbetimmeringen en vensterluiken van gebouwen en af en toe in een vleermuiskast. Als winterverblijf worden vooral ondergrondse ruimten gebruikt: mergelgroeven, bunkers, forten, vestingwerken, oude steenfabrieken, ijskelders en (kasteel)kelders.
De baardvleermuis eet vooral dansmuggen, langpootmuggen, steenvliegen, haften, kleine libellen, kevers en nachtvlinders. De prooikeuze is opportunistisch: hij eet wat veel voorkomt.
De paring vindt plaats op zwermlocaties (eind augustus tot half oktober) en in de winterslaapperiode. Net als bij andere soorten vleermuizen slaat het vrouwtje het sperma op tot in het voorjaar, wanneer de daadwerkelijke bevruchting van de eicel plaatsvindt. De geboortes vinden plaats vanaf half juni. Na 3 tot 4 weken zijn de jongen vliegvlug.
De baardvleermuis vervult een belangrijke rol in bosecosystemen. Door ’s nachts grote aantallen muggen en andere insecten te vangen, helpt hij insectenpopulaties in balans te houden en draagt hij bij aan een gezond en natuurlijk evenwicht. De baardvleermuis vind je in bomen met losse stukken schors, zijn bescherming betekent daarom ook de bescherming voor bosecosystemen. Daarnaast is hij zelf ook een prooi voor uilen (vooral bosuil en kerkuil), roofvogels (boomvalk, sperwer) en soms voor huiskatten en steenmarters.
- Baardvleermuis en Brandts vleermuis lijken zoveel op elkaar, dat ze alleen te onderscheiden zijn aan de tanden en aan de vorm van de penis.
- Baarvleermuizen zijn stabiele slapers en kunnen goed tegen lage temperaturen. De overwinteringsplaatsen kunnen dalen tot 2°C.
- Ondanks hun verspreiding zijn baardvleermuizen toch zeldzaam in Nederland, dit is omdat ze in de zomer moeilijk waar te nemen zijn.
- Kraamkolonies van baardvleermuizen kunnt groottes van 10 tot 100 individuen bereiken.
De baardvleermuis komt in heel Nederland voor, maar is over het algemeen zeldzaam. Vooral uit de zomerperiode zijn maar weinig waarnemingen bekend. Dat komt waarschijnlijk doordat de baardvleermuis met een batdetector moeilijk van enkele andere Myotis-soorten is te onderscheiden. Verspreid over heel Nederland zijn wel kolonies gevonden en zicht- en detectorwaarnemingen gedaan.
De baardvleermuis komt in een groot deel van Europa voor, noordelijk tot ongeveer 64° noorderbreedte. De verspreiding in Zuid- en Oost-Europa is onzeker vanwege het voorkomen van nauwverwante soorten en hybriden.
De baardvleermuis en de Brandts vleermuis lijken zo op elkaar, dat ze pas vanaf 1970 gezien worden als twee aparte soorten. In de winter worden baardvleermuizen het meeste aangetroffen, in de zomer zijn ze moeilijk te onderscheiden van de Brandts vleermuis.
Het voorkomen en de verspreiding van de baardvleermuis is toegenomen. Zowel qua verspreiding als qua populatiegrootte is de soort echter nog steeds vrij zeldzaam. Sinds 2012 is er op basis van gegevens van de wintertellingen een negatieve populatietrend.
Verlies en verstoring van woon-, foerageer- en verbindend leefgebied zijn de grootste bedreiging. De baardvleermuis gebruikt regelmatig bomen met losse schors als verblijfplaats. Deze bomen zijn vooral te vinden in oude bossen die uitgebreid beheerd worden. Het bosbeheer is vaak nog te intensief waardoor bomen niet heel oud worden.
Maak je tuin donker en insectvriendelijk: beperk buitenverlichting, gebruik geen pesticiden en kies voor inheemse planten die veel insecten aantrekken. Zo help je vleermuizen aan voldoende prooi. Ook kan je een vleermuiskast ophangen als extra verblijfplaats, bijvoorbeeld aan de zijkant van je huis of in een boom. Probeer mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen niet te verstoren.
De baardvleermuis is in Nederland strikt beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming), op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Het is verboden om baardvleermuizen te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mogen hun vaste rust- en verblijfplaatsen, zoals kraamkolonies en winterverblijven, niet worden beschadigd of vernietigd. Deze verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn.