Dwergmuis
Harvest mouse - Micromys minutus
De dwergmuis is zo klein dat hij gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Maar wie zijn nesten vindt, ontdekt een van de mooiste bouwers. Hoog in het gras, riet of graan weeft hij bolvormige nestjes tussen stengels, terwijl hij met zijn grijpstaart moeiteloos omhoog heen en weer klautert. Hij is niet alleen het kleinste knaagdier van Europa, maar ook een van de charmantste. In Nederland komt hij op veel plekken voor, zolang er maar voldoende hoge, dichte begroeiing aanwezig is.
De dwergmuis heeft een tweekleurige vacht: de bovenkant is geel- tot oranjebruin en de onderkant wit tot vuilwit, met een duidelijke scheidingslijn. Zijn ogen zijn klein, de snuit is stomp en de behaarde oren steken nauwelijks uit de vacht. Zijn lange, tweekleurige staart is beweeglijk en wordt als grijporgaan gebruikt.
De beste manier om de dwergmuis te vinden is zoeken naar zijn karakteristieke nesten: bolvormige vlechtwerken van bladeren en gras, zo groot als een tennisbal, verweven tussen stengels van gras, riet of graangewassen. In de zomer zijn ze groen en goed gecamoufleerd; in het najaar vallen ze goed op als de vegetatie verdort. Nesten hangen meestal tussen tien centimeter en een meter boven de grond. De dwergmuis zelf laat zich zelden zien. Na het aanvreten van graankorrels laat hij sikkelvormige voedselresten achter.
De dwergmuis leeft vooral in landschappen met dichte, hoogopgaande begroeiing. Hij komt voor in hoog gras, rietvelden, graanakkers, dijkbegroeiing, hagen, bramen, houtwallen en ook in de duinen. De soort heeft geen duidelijke voorkeur voor natte of droge gebieden, zolang er maar voldoende structuur is om in te klimmen en nesten in te bouwen. In de winter zoekt de dwergmuis soms beschutte plekken op zoals graanschuren of strobalen.
De dwergmuis eet zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Op zijn menu staan zaden, granen, vruchten, bessen, knoppen, jonge scheuten, zacht fruit, grassen, wortels, mossen en paddenstoelen, maar ook insecten zoals motten, sprinkhanen en rupsen. De samenstelling varieert met het seizoen: in de lente worden meer jonge scheuten en knoppen, en insecten in andere seizoenen. Ook nectar en honingdauw worden benut. Hij moet dagelijks ongeveer een derde van zijn lichaamsgewicht eten.
De voortplantingstijd loopt van april tot oktober. Na het paren maken mannetje en vrouwtje samen een nest, waarna het vrouwtje het mannetje verjaagt. Na een draagtijd van ongeveer 21 dagen worden 2 tot 6 jongen geboren. De jongen worden kaal en blind geboren en wegen slechts ongeveer 0,7 gram. Na ongeveer acht dagen gaan de ogen open en na ongeveer 15 dagen worden ze gespeend. Met twee maanden is de jonge dwergmuis al geslachtsrijp. In één seizoen kunnen meerdere generaties elkaar dan ook snel opvolgen.
De dwergmuis is een belangrijke schakel in het ecosysteem van ruige begroeiingen, graslanden en rietvelden. Hij eet zaden, groene plantendelen en ongewervelden en is zelf een belangrijke prooi voor roofdieren. Vooral kerkuil, ransuil en torenvalk maken jacht op dwergmuizen. De aanwezigheid van de dwergmuis zegt iets over de kwaliteit van kleinschalige, structuurrijke begroeiingen.
- De dwergmuis is het kleinste knaagdier van Europa.
- De dwergmuis klimt met zijn lange grijpstaart als een echte acrobaat door gras- en rietstengels.
- Hij vlecht bolvormige nestjes van nog levende grassprieten, die vaak zo groot zijn als een tennisbal.
- Deze nesten zijn in de zomer vaak groen en bijna onzichtbaar, maar vallen in het najaar juist goed op.
- De dwergmuis moet dagelijks ongeveer een derde van zijn lichaamsgewicht eten om in leven te blijven.
In Nederland komt de dwergmuis vrijwel overal voor en kan hij lokaal vrij algemeen zijn. Op de Waddeneilanden is de soort waarschijnlijk met stro ingevoerd.
De dwergmuis komt in een groot deel van Europa voor. Het verspreidingsgebied loopt van de zuidelijke helft van de Britse Eilanden tot ongeveer halverwege Finland. De soort ontbreekt vrijwel in Noorwegen en Zweden, in grote delen van het Iberisch Schiereiland, in Zuid-Italië en langs de westkust van de Balkan. Buiten Europa loopt het verspreidingsgebied oostwaarts door tot in Japan.
De dwergmuis is niet bedreigd, maar komt slechts plaatselijk vrij algemeen voor. De belangrijkste bedreigingen zijn landontginning en intensief landgebruik, waaronder besproeiing van gewassen. Vooral oogst met machines en intensief maaibeheer kunnen veel schade veroorzaken, omdat jongen dan nog in de nesten aanwezig zijn.
Laat ruige hoekjes, hoog gras, rietranden en bramen staan, zodat dwergmuizen voedsel en nestgelegenheid vinden. Maai niet alles tegelijk, maar gefaseerd, zodat dieren kunnen uitwijken. Zoek in het najaar eens naar de kenmerkende bolvormige nesten in de vegetatie als bewijs dat de soort aanwezig is.
De dwergmuis is niet opgenomen op de Rode Lijst NL Zoogdieren 2020. De soort is opgenomen in bijlage IX van artikel 11.54 van de Omgevingswet. De dwergmuis is niet vermeld in de Habitatrichtlijn (1992) en ook niet in de Conventie van Bern (1982).