Hermelijn
Stoat - Mustela erminea aestiva
De hermelijn is een razendsnelle en sierlijke jager en na de wezel het kleinste roofdier van Nederland. Ondanks zijn kleine formaat is hij het meest onverschrokken roofdier van ons land: hij weet prooien te doden die veel groter zijn dan hijzelf, tot zelfs hazen die tien keer zo zwaar zijn! De hermelijn houdt van ruige (bos)randen, graslanden en overgangen tussen nat en droog en open en dichtbegroeid terrein. Helaas gaat de hermelijn in Nederland flink achteruit, mede door het verdwijnen van kleinschalig, gevarieerd landschap en sterk fluctuerende muizenstanden.
De hermelijn heeft een lang, slank lichaam, korte poten, een spitse snuit en kleine ronde oren. Zijn zomervacht is warmbruin boven en wit onder, met een scherpe kleurgrens Hij is groter dan de wezel en heeft een duidelijk langere staart. In Nederland verkleurt de hermelijn meestal niet volledig wit in de winter, en zijn kenmerkende zwarte staartpunt blijft.
De hermelijn zie je meestal slechts kort wanneer hij met snelle, springerige bewegingen langs randen van grasland, sloten of houtwallen jaagt. Zijn aanwezigheid blijkt ook uit prooiresten, uitwerpselen, pootafdrukken en camerabeelden. Omdat hij zich snel en laag over de grond voortbeweegt, zijn korte waarnemingen vaak alles wat je krijgt. Juist ruige overgangen en kleine landschapselementen bieden de grootste kans op een ontmoeting.
De hermelijn gebruikt een gevarieerd mozaïek van graslanden, ruige randen en schuilplekken. Dichte begroeiing, oude muizenholen, takkenhopen, steenstapels en oeverranden zijn belangrijk als dekking en rustplaats. Hij is sterk afhankelijk van voldoende kleine landschapselementen die jachtgebied en veilige verplaatsingsroutes met elkaar verbinden. In kale of sterk vereenvoudigde landschappen voelt de hermelijn zich minder thuis.
Het voedsel van de hermelijn bestaat vooral uit kleine zoogdieren, met name woelmuizen. Daarnaast eet hij andere kleine prooien zoals vogels, eieren, insecten en soms jonge konijnen. De hermelijn is een actieve jager die zijn prooi achtervolgt door holen, graspolletjes en dichte begroeiing. Daardoor is hij sterk afhankelijk van een goede beschikbaarheid van prooidieren in een kleinschalig landschap.
De paartijd valt meestal in het voorjaar of de zomer, maar door verlengde draagtijd worden de jongen pas in het volgende voorjaar geboren. Een vrouwtje krijgt enkele jongen in een goed verborgen nest, bijvoorbeeld in een oud muizenhol, onder wortels of in dichte vegetatie. De jongen groeien snel op en zijn in de eerste periode volledig afhankelijk van de moeder. Rustige nestplaatsen en voldoende prooien zijn essentieel voor een succesvolle voortplanting.
De hermelijn is een kleine en belangrijke jager van muizenrijke landschappen. Door het jagen op woelmuizen en andere kleine prooien helpt hij populaties in balans te houden. Tegelijk is hij zelf onderdeel van de voedselketen en kan hij ten prooi vallen aan grotere roofdieren en roofvogels. Als soort van ruige randen en kleinschalige landschappen wijst de aanwezigheid van de hermelijn op een gebied waar dekking en prooidieren nog voldoende aanwezig is.
- De zwarte staartpunt is hét herkenningskenmerk van de hermelijn.
- De hermelijn kan zelfs prooien volgen in nauwe holen en onder graspolletjes.
- In Nederland verkleurt hij meestal niet volliedig wit in de winter.
- De hermelijn kan vaak verrassend goed jagen in dichte begroeiing en langs slootranden.
De hermelijn komt verspreid over Nederland voor, maar wordt door zijn verborgen leefwijze niet vaak gezien. De soort lijkt in veel gebieden achteruit te zijn gegaan en is vooral afhankelijk van kleinschalige, structuurrijke landschappen.
De hermelijn komt in grote delen van Europa, Azië en Noord-Amerika voor. Binnen Europa is het een karakteristieke soort van gevarieerde graslanden, moerasranden, bosranden en andere halfopen landschappen.
De hermelijn staat in Nederland onder druk door versnippering van leefgebied, schaalvergroting in het agrarisch landschap, het verdwijnen van ruige randen en kleine landschapselementen en verkeersslachtoffers. Omdat de soort afhankelijk is van dekking én voldoende prooidieren, kunnen veranderingen in beheer en inrichting snel doorwerken in de populatie. Juist verbindingen tussen geschikte leefgebieden blijven belangrijk.
Je kunt helpen door waarnemingen, sporen of verkeersslachtoffers van hermelijnen door te geven via telmee.nl en waarneming.nl. In beheer helpt het wanneer houtwallen, ruige slootranden, takkenhopen, dijken en andere kleine landschapselementen behouden blijven, aangezien juist zulke structuren dekking, nestplaatsen en jachtgebied bieden.
De hermelijn is in Nederland beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming). Het is verboden om hermelijnen te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mag hun vaste leefgebied niet worden beschadigd of vernietigd. Dit leefgebied is jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn. Bij werkzaamheden zoals maaiwerkzaamheden en herinrichting van gebieden waar hermelijnen voor kan komen moet daarom vooraf ecologisch onderzoek plaatsvinden. Als er hermelijnen aanwezig zijn, zijn vaak mitigerende maatregelen en een omgevingsvergunning verplicht om belangrijke leefgebieden te behouden.