Konijn
European rabbit - Oryctolagus cuniculus
Het konijn is een van de bekendste zoogdieren van Nederland. Het is een typische bewoner van open terreinen met wat begroeiing. Konijnen wonen in familieverband in zelfgegraven burchten en waarschuwen elkaar voor gevaar door te stampen met de achterpoten. Omdat ze in groepen leven en veel grazen, hebben ze veel invloed op hun omgeving. Helaas gaat het op veel plekken niet zo goed met het konijn. Ziekten, veranderingen in de omgeving en verkeer maken de soort kwetsbaar.
Het konijn is compact en gedrongen gebouwd en heeft een zandkleurige tot grijsbruine vacht met vaak een wat okerkleurige nek. Zijn oren zijn lang, maar korter dan zijn kop, en hebben geen zwarte punten zoals bij de haas. De staart is kort, zwart van boven en wit van onder. Tijdens het lopen of vluchten is die witte onderkant goed zichtbaar. Konijnen hebben een donkerbruine iris, een relatief kleine kop en krachtige achterpoten.
Het konijn is goed waar te nemen, vooral in de schemering en in de vroege nacht. Let op grazende dieren langs bosranden, in duinen of op open grasplekken, vaak dicht bij dekking. Ook in bungalowparken zijn vaak veel konijnen aanwezig. Zijn aanwezigheid verraadt zich ook door keutels, holen en korte, kaalgegraasde vegetatie rond het holenstelsel. Bij een rennend konijn valt vooral de witte onderkant van de staart op.
Het konijn heeft een duidelijke voorkeur voor zandige bodems waarin hij goed kan graven. Daarom mijdt hij natte moerassen, veengebieden en zware klei. Het konijn leeft vooral in halfopen landschappen waar dekking en open graasplekken dicht bij elkaar liggen. Zijn burcht bestaat uit vele gangen en kamers en vormt het middelpunt van het territorium.
Het konijn is een planteneter die vooral de eiwitrijke en licht verteerbare delen van planten eet. Op het menu staan jonge grassen, kruiden, scheuten, wortels en loten van jonge struiken en bomen. In de winter schakelt hij vaker over op bast. Omdat het konijn veel vocht uit zijn voedsel haalt, hoeft hij nauwelijks te drinken.
De voortplanting loopt grofweg van januari tot en met juli. Een vrouwtje maakt aan het einde van een zijgang een kraamkamer van gras, gevoerd met wol uit haar eigen vacht. Na een draagtijd van ongeveer 28 tot 31 dagen worden meestal 3 tot 7 jongen geboren, soms meer. De jongen worden blind, doof en kaal geboren, maar verlaten na ongeveer twee weken al het nest. Meestal krijgt een vrouwtje twee tot drie nesten per seizoen.
Het konijn is een belangrijke grazer in open landschappen en heeft daardoor veel invloed op de structuur van begroeiing. In de duinen helpt hij terreinen open te houden, waardoor bloemrijke graslanden en andere bijzondere natuurtypen behouden blijven. Daarnaast is het konijn een belangrijke prooisoort voor onder meer de vos, marterachtigen en roofvogels. Daarmee vormt hij een belangrijke schakel in de voedselketen.
- Het konijnvrouwtje heet voedster, het mannetje rammelaar en een jong konijn lamprei.
- Ze waarschuwen elkaar voor gevaar door met hun achterpoten op de grond te roffelen.
- Het konijn verspreidt geurstoffen via klieren en kan zelfs aan keutels ruiken of een ander dier jong, oud, mannelijk of vrouwelijk is.
- Het konijn eet een deel van zijn eigen zachte keutels opnieuw op om voedingsstoffen beter te benutten?
Het konijn komt inmiddels over heel Nederland voor, maar niet overal even talrijk. De soort is vooral gebonden aan plekken met zandige bodem en geschikt graafterrein. In duingebieden, op landgoederen en langs bosranden is het konijn van oudsher een karakteristieke soort, maar in veel gebieden zijn de aantallen sterk teruggelopen.
Oorspronkelijk kwam het konijn voor in het Middellandse Zeegebied. Via uitzettingen door mensen heeft de soort zich eeuwen geleden over grote delen van Europa verspreid. Tegenwoordig komt het konijn in veel Europese landen voor, vooral in geschikte droge en zandige gebieden.
Het gaat op veel plekken niet goed met het konijn. Belangrijke oorzaken zijn virusziekten zoals myxomatose en VHS, maar ook verkeer, landbouw en jacht spelen een rol. Vooral in de duinen zijn de aantallen sterk afgenomen. Dat is ecologisch ingrijpend, omdat konijnen daar belangrijke grazers zijn. Zonder konijnen groeien duingraslanden sneller dicht.
Zie je konijnen in de buurt? Houd dan afstand van hun burchten, zeker in het voorjaar als er jongen zijn.
Het konijn staat op de Rode Lijst NL Zoogdieren 2020 als 'gevoelig'. De soort is opgenomen in bijlage IX van artikel 11.54 van de Omgevingswet. Het konijn is niet vermeld in de Habitatrichtlijn (1992) en ook niet in de Conventie van Bern (1982). Omdat konijnen schade kunnen veroorzaken aan landbouwgewassen en jonge bomen, gelden er in Nederland specifieke regels rond beheer en jacht, naast de algemene bescherming als inheems zoogdier.