Meervleermuis
Pond bat - Myotis dasycneme
De meervleermuis (Myotis dasycneme) is een karakteristieke vleermuis van waterrijke landschappen. Op zomeravonden jaagt hij in snelle, rechte banen vlak boven meren en brede kanalen, waar hij insecten met zijn opvallend grote voeten van het wateroppervlak “harkt”; een spectaculair en vrij uniek jachtgedrag onder vleermuizen. Nederland is een belangrijk leefgebied voor de meervleermuis: maar liefst 29 procent van de vrouwtjes van de Europese populatie krijgt haar jongen in Nederland.
De meervleermuis is een middelgrote soort. Ze lijkt wat op de watervleermuis, maar is groter. Met haar lange, brede vleugels kan de meervleermuis snel vliegen en vliegt ze sneller en rechtlijniger dan de watervleermuis. De grote, behaarde poten en de dikke neusknobbels zijn typisch.
Meervleermuizen kun je het beste waarnemen op warme, windstille avonden vanaf ongeveer een uur na zonsondergang. Zoek een plek bij een brede vaart, rivier of meer met vrij uitzicht over het water. Let op snelle, rechte vluchtbanen vlak boven het wateroppervlak (vaak slechts enkele tientallen centimeters hoog). Met het blote oog zie je vooral het silhouet; een batdetector helpt om de echolocatie hoorbaar te maken en vergroot de kans op herkenning.
De meervleermuis is een gebouwbewoner. Kolonies van meervleermuizen bevinden zich vrijwel altijd in gebouwen zoals op kerkzolders, in spouwmuren en onder dakpannen. Vleermuiskasten en woonhuizen zijn bekend als paarverblijven; ook vindt de paring net als bij de andere soorten van het geslacht Myotis in de winterverblijven plaats. Voor zover we weten overwinteren meervleermuizen in Nederland in mergelgroeven, bunkers, forten, vestingwerken, oude steenfabrieken en kelders.
Vooral insecten die op of vlak boven water leven, zoals muggen (o.a. dansmuggen) en nachtvlinders; daarnaast o.a. schietmotten en (water)kevers. Prooien worden met de grote achterpoten van het wateroppervlak “geharkt” of met de staartvlieghuid gevangen.
In het voorjaar vormen vrouwtjes kraamkolonies (vaak in gebouwen zoals zolders/kerktorens). Daar worden de jongen geboren en grootgebracht; mannetjes zitten meestal apart (solitair of in kleine groepjes).
De meervleermuis vervult een belangrijke rol in waterrijke ecosystemen. Door ’s nachts grote aantallen muggen en andere insecten van het wateroppervlak te vangen, helpt hij insectenpopulaties in balans te houden en draagt hij bij aan een gezond natuurlijk evenwicht. Tegelijk is het een indicatorsoort: zijn aanwezigheid wijst op schoon water, voldoende insecten en rustige, donkere oevers. Bescherming van de meervleermuis betekent daarom ook bescherming van de kwaliteit van ons water- en oeverlandschap. Daarnaast is hij zelf ook een prooi voor uilen (vooral bosuil en kerkuil), roofvogels (boomvalk, sperwer) en soms voor huiskatten en steenmarters.
- De meervleermuis schept zijn prooi vaak van het wateroppervlak af met zijn grote achterpoten.
- Nederland herbergt tijdens de kraamperiode een belangrijk deel van de Europese populatie. Ons land speelt daardoor een sleutelrol in het voortbestaan van de soort.
- Meervleermuizen overwinteren in bunkers, forten en andere ondergrondse bouwwerken. Ze hangen daar maandenlang in winterslaap om energie te besparen.
- Een meervleermuis kan wel 20 jaar oud kan worden! Voor zo’n klein zoogdier is dat uitzonderlijk oud.
- Het idee dat vleermuizen zomaar ziektes kunnen overbrengen klopt niet. Vleermuizen mijden mensen en het risico op ziekteoverdracht is in Nederland uitzonderlijk klein.
- Vleermuizen spelen een belangrijke rol bij het bestrijden van muggen. Eén vleermuis kan per nacht honderden insecten eten en helpt zo op natuurlijke wijze overlast te beperken.
- In Nederland hebben wij wel 19 verschillende soorten vleermuizen.
De Meervleermuis komt in Nederland vooral voor in het westen en noorden, waar veel grote open wateren aanwezig zijn.
De meervleermuis komt voor vanaf Noord-Frankrijk over Midden-Europa tot in het westen van Rusland. Kraamkolonies zijn vrijwel uitsluitend te vinden in Nederland, de Baltische Staten en Rusland.
Nederland is van internationaal belang voor de meervleermuis omdat tijdens kraamperiode ongeveer een derde van de totale Europese populatie zich hier bevindt. De Nederlandse populaties staan echter onder druk. Bescherming en zorgvuldig beheer zijn essentieel om deze karakteristieke soort van ons waterlandschap toekomstbestendig te houden.
Maak je tuin donker en insectvriendelijk: beperk buitenverlichting, gebruik geen pesticiden en kies voor inheemse planten die veel insecten aantrekken. Zo help je vleermuizen aan voldoende prooi. Ook kan je een vleermuiskast ophangen als extra verblijfplaats, bijvoorbeeld aan de zijkant van je huis of in een boom. Probeer mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen niet te verstoren
De meervleermuis is in Nederland strikt beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming), op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Het is verboden om meervleermuizen te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mogen hun vaste rust- en verblijfplaatsen, zoals kraamkolonies en winterverblijven, niet worden beschadigd of vernietigd. Deze verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn.