Watervleermuis
Daubenton's bat - Myotis daubentonii
De watervleermuis is een wendbare vleermuis die vooral boven vijvers, kanalen en langzaam stromende beken jaagt. Met zijn voeten schept hij insecten vlak van het wateroppervlak. In de schemering zie je hem vaak laag en snel over het water scheren. De watervleermuis is in Nederland een vrij algemene soort. Goede waterkwaliteit, rustige verblijfplaatsen en een donker landschap zijn belangrijk om hem ook in de toekomst een plek te geven.
De watervleermuis is een kleine vleermuis met lange, smalle vleugels. De rugvacht is bruingrijs tot donkerbronskleurig en contrasteert sterk met de zilvergrijze buik. De snuit is roze tot roodbruin en de voeten zijn opvallend groot.
Watervleermuizen kunnen worden waargenomen door met een zaklamp over het water te schijnen. Dit moet echter niet te lang worden gedaan i.v.m. verstoring. Hij is in de schemering goed te zien boven rustig water. Hij jaagt voornamelijk op een hoogte van 20-50 cm boven stilstaand en stromend water. Hij vliegt laag en maakt korte rondjes vlak boven het wateroppervlak.
De (kraam)groepen in de zomer zijn vooral bekend van spleten en gaten in holle bomen, maar worden soms ook op kerkzolders, in vleermuiskasten, bunkers, oude forten en ponder bruggen gevonden. Mannetjes verblijven in de zomer vooral in boomholtes en daarnaast op dezelfde plaatsen als de kraamkolonies. Als winterverblijf gebruiken watervleermuizen voornamelijk ondergrondse objecten, zoals grotten, mergelgroeven, oude steenfabrieken, bunkers, forten, vestingwerken, ijskelders en (kasteel)kelders. Daarnaast worden ook overwinterende dieren gevonden in overkluizingen en oude rioolsystemen, kerktorens en in boomholten.
De watervleermuis jaagt meestal enkele centimeters boven het water en schept met zijn grote voeten insecten van het oppervlak of vangt ze vlak erboven.
In juni of juli wordt meestal één jong geboren. Het vrouwtje brengt haar jongen groot in kraamkolonies, vaak in boomholtes.
De watervleermuis vervult een belangrijke rol in bosecosystemen. Door ’s nachts grote aantallen (dans)muggen, kokerjuffers, motten en andere insecten te vangen, helpt hij insectenpopulaties in balans te houden en draagt hij bij aan een gezond en natuurlijk evenwicht. De watervleermuis is een specialist en jaagt op plekken die weinig andere vleermuizen niet gebruiken. De aanwezigheid van watervleermuis wijst op een gezond ecosysteem met veel insecten. Daarnaast is hij zelf ook een prooi voor uilen (vooral bosuil en kerkuil) en roofvogels (boomvalk, sperwer).
- De dieren vliegen meestal vrij traag in cirkels of 8-vormen over het water, in tegenstelling tot de strakke, rechtlijnige vlucht van de meervleermuis.
- De watervleermuis jaagt vaak vlak boven het wateroppervlak en kan insecten met zijn grote achterpoten van het water “scheppen”.
- In de zomer verblijft hij vaak in holtes van oude bomen, in de winter overwinterent hij in koele, vochtige plekken zoals kelders, bunkers en grotten.
- De watervleermuis kan verrassend oud worden: soms bereikt hij een leeftijd van meer dan 20 jaar.
De watervleermuis komt in vrijwel heel Nederland voor, vooral in gebieden met veel water en oude bomen.
De watervleermuis komt in een groot deel van Europa voor. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van West-Europa tot ver in Rusland en van Scandinavië tot in delen van Zuid-Europa
Voor de watervleermuis zijn zowel geschikte jachtgebieden als veilige verblijfplaatsen van groot belang.
Maak je tuin donker en insectvriendelijk: beperk buitenverlichting, gebruik geen pesticiden en kies voor inheemse planten die veel insecten aantrekken. Zo help je vleermuizen aan voldoende prooi. Ook kan je een vleermuiskast ophangen als extra verblijfplaats, bijvoorbeeld aan de zijkant van je huis of in een boom. Probeer mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen niet te verstoren
De watervleermuis is in Nederland strikt beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming), op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Het is verboden om watervleermuizen te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mogen hun vaste rust- en verblijfplaatsen, zoals kraamkolonies en winterverblijven, niet worden beschadigd of vernietigd. Deze verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn.