Noordse woelmuis
Root vole - Alexandromys oeconomus arenicola
Nederland draagt een bijzondere verantwoordelijkheid voor de noordse woelmuis: hij komt namelijk alleen in Nederland voor. Het is een stoer en stevig beestje: de noordse woelmuis kan overleven in extreem natte gebieden. Hij leeft verborgen tussen riet en ruige oeverbeplanting, je krijgt hem vrijweil nooit te zien. Maar zijn aanwezigheid zegt veel zegt over de kwaliteit van moerassen en oevers. De noordse woelmuis staat sterk onder druk door onnatuurlijke waterpeilen, versnippering van leefgebied en concurrentie met andere woelmuizen.
De noordse woelmuis is een vrij forse, gedrongen woelmuis met een stompe snuit, kleine oren die grotendeels in de vacht verscholen zitten en een relatief lange staart. De vacht is aan de bovenzijde donkerbruin tot grijsbruin en aan de onderzijde iets lichter. De donkere pootjes hebben witte nageltjes. Door zijn verborgen leefwijze en de overlap met andere woelmuizen is herkenning in het veld lastig.
De noordse woelmuis laat zich zelden goed bekijken. Zijn aanwezigheid blijkt vaak eerder uit vraatsporen, smalle looppaadjes door de begroeiing en ondergrondse gangen dan uit directe waarnemingen. In geschikte moerasgebieden kan hij soms kort zichtbaar zijn wanneer hij door lage oevervegetatie schiet of tussen rietkragen zwemt. Voor betrouwbare vaststelling is gericht onderzoek nodig.
De noordse woelmuis leeft in vegetaties met dekking van o.a. grassen, pitrus en riet, zonder struiken en bomen (als gevolg van peilbeheer of vegetatiebeheer). Hij kan in natte en drassige leefgebieden de concurrentie aan met andere woelmuizen zoals in rietlanden, moerassen, natte graslanden, oevers, veenweiden en ruige eilandjes in het water. Ook geïsoleerde eilanden, oevers en moerassen zijn belangrijk, omdat hij daar minder concurrentie heeft van andere woelmuizen.
Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit groene delen van planten, zoals grassen, riet, zeggen en kruiden. In de winter eet de noordse woelmuis ook ondergrondse plantendelen. Hij foerageert in dichte begroeiing.
De noordse woelmuis maakt hun nestje ondergronds, en als het te nat is bovengronds, bijvoorbeeld in een pitruspol. Het vrouwtje kan tussen april en oktober meerdere nesten krijgen, meestal met 3 tot 7 jongen per worp.
Omdat de Noordse woelmuis sterk afhankelijk is van kwalitatief goede moeras- en oevernatuur, zegt zijn aanwezigheid iets over goede natte leefgebieden met een natuurlijk peil. Verdwijnt hij en komt er een aardmuis voor terug, dan is dat een signaal dat het leefgebied is verslechterd. En voor de roerdomp, die niet kan uitwijken naar drogere gebieden, valt dan direct een belangrijke voedselbron weg. De Noordse woelmuis is verder een belangrijke prooisoort voor roofvogels, uilen, reigers en kleine roofdieren.
- De noordse woelmuis is de enige zoogdierondersoort die alleen in Nederland voorkomt.
- Daarom heeft Nederland een bijzondere internationale verantwoordelijkheid heeft voor het behoud van de noordse woelmuis.
- Hij kan goed kan zwemmen en daardoor geïsoleerde natte leefgebieden gebruiken.
- Concurrentie met andere woelmuizen is een van zijn grootste problemen.
De noordse woelmuis komt in Nederland nog maar op een beperkt aantal plaatsen voor. De leefgebieden liggen in Friesland (vroeger tot in Noordwest-Overijssel), Texel, de laagveengebieden van Noord-Holland, het Utrechts-Hollands laagveengebied en het Deltagebied.
De noordse woelmuis komt in een groot deel van Noord- en Oost-Europa voor. De Nederlandse ondersoort is echter bijzonder en alleen hier aanwezig. Daardoor heeft Nederland een unieke positie binnen het Europese verspreidingsgebied.
De vooruitzichten voor de Noordse woelmuis verschillen sterk per regio, maar in het algemeen geldt dat nieuw het aanleggen van moerasgebieden met natuurlijk peilbeheer de beste uitgangspositie biedt voor herstel. Op Texel en in Noord-Holland boven het Noordzeekanaal is de situatie relatief gunstig en moet vooral onbedoelde introductie van concurrerende woelmuissoorten worden voorkomen. In Friesland en veenweidegebieden zijn de vooruitzichten slecht en zijn grote aanpassingen aan leefgebieden nodig.
Je kan helpen door waarnemingen van Noordse woelmuize door te geven via telmee.nl en waarneming.nl. Beheerders kunnen rekening te houden met waterpeil, vegetatiestructuur en verbindingen tussen populaties, waarbij verspreiding van concurrenten wordt voorkomen.
De noordse woelmuis is streng beschermd onder de Omgevingswet en valt ook onder de Europese Habitatrichtlijn, waarin de soort is opgenomen in bijlage II en IV, het is zelfs een prioritaire soort voor de Habitatrichtlijn. Daarnaast staat de soort op appendix II van de Conventie van Bern. Door deze zware beschermingsstatus mogen dieren niet opzettelijk worden gedood, gevangen of verstoord en moeten belangrijke leefgebieden worden behouden of zorgvuldig worden beheerd.