Bunzing
European polecat - Mustela putorius
De bunzing is een geheimzinnige jager die meestal onzichtbaar blijft. Hij is vooral in de schemering en nacht actief en trekt vaak pas de aandacht als hij als verkeersslachtoffer langs de weg ligt. De bunzing hoort al eeuwenlang thuis in het Nederlandse landschap. Hij is een flexibele marterachtige die zich makkelijk aanpast, maar hij is wel afhankelijk van voldoende dekking, rust en prooidieren. Waar bunzingen voorkomen, is het landschap meestal nog kleinschalig en gevarieerd genoeg om dit verborgen roofdier in leven te houden.
Met zijn opvallende lichte masker op de kop ziet de bunzing eruit als een echte rover. Hij heeft een langgerekt lichaam met korte poten, een donkere tot zwartbruine rug en een lichtere, gelige buik. Zijn staart is relatief kort en donker. De bunzing is groter, zwaarder en donkerder dan de hermelijn en de wezel.
De bunzing laat zich zelden lang zien, maar zijn aanwezigheid blijkt uit pootafdrukken, prooiresten, uitwerpselen en camerabeelden. Soms wordt hij in de schemering gezien langs sloten, erfbeplantingen of bosranden, wanneer hij doelgericht en laag over de grond beweegt. Helaas wordt de aanwezigheid van een bunzing ook vaak vastgesteld doordat hij verkeersslachtoffer is.
De bunzing is gebonden aan een gevarieerd landschap met veel schuilmogelijkheden. Slootranden, ruige graslanden, houtwallen, knotwilgen, bosjes en erfbeplanting bieden dekking en rust. Holtes, dichte vegetatie, hopen takken en oude konijnenholen kunnen als rust- of nestplaats dienen. Water in het landschap is vaak belangrijk, onder meer omdat amfibieën een belangrijke prooigroep vormen.
De bunzing is een opportunistische jager die eet wat dichtbij beschikbaar is. Konijnen, muizen en ratten vormen een belangrijk deel van het voedsel, maar ook amfibieën, vogels, eieren en aas benut hij. Juist die brede voedselkeuze maakt hem flexibel. In natte perioden of in waterrijke gebieden kunnen amfibieën een groot aandeel in het dieet hebben.
De paartijd valt meestal in het voorjaar. Na een draagtijd van ongeveer zes weken worden enkele jongen geboren in een goed verborgen nest, bijvoorbeeld in een holte, oud konijnenhol of dichte begroeiing. De jongen blijven de eerste tijd volledig afhankelijk van de moeder. Een veilige, rustige nestplaats is essentieel voor een succesvolle voortplanting.
De bunzing jaagt op kleine en middelgrote prooidieren en helpt zo populaties van onder meer muizen, ratten en amfibieën in balans te houden. Tegelijk is hij zelf onderdeel van de voedselketen, al heeft hij als volwassen dier weinig natuurlijke vijanden. Door zijn aanwezigheid laat de bunzing zien dat een landschap nog voldoende rust, dekking en samenhang heeft voor een verborgen roofdier.
- De bunzing is ondanks zijn verborgen leefwijze een van de oorspronkelijke wilde marterachtigen van Nederland.
- Amfibieën vormen in sommige gebieden een opvallend groot deel van zijn dieet.
- Veel waarnemingen van bunzingen zijn afkomstig van verkeersslachtoffers.
- De bunzing is de wilde voorouder van de fret.
De bunzing komt verspreid over grote delen van Nederland voor, maar wordt niet overal even vaak waargenomen. De soort lijkt in delen van het land afgenomen en is vooral gebonden aan kleinschalige, gevarieerde landschappen met voldoende dekking en rust.
De bunzing komt in grote delen van Europa voor, vooral in halfopen en kleinschalige landschappen. Binnen dat verspreidingsgebied is het een karakteristieke soort van ruige randen, natte zones, bosjes en agrarische mozaïeklandschappen.
De bunzing staat onder druk door verkeersslachtoffers, versnippering van leefgebied, schaalvergroting van het landschap en de afname van kleinschalige structuren zoals houtwallen, slootranden en erfbeplanting. Ook het verdwijnen van prooidieren en verstoring van schuilplaatsen kunnen lokaal grote gevolgen hebben. Doordat de soort een groot leefgebied gebruikt en zich door het landschap moet kunnen verplaatsen, zijn verbindingen tussen geschikte gebieden belangrijk.
Je kunt helpen door waarnemingen, sporen of verkeersslachtoffers van bunzingen door te geven via waarneming.nl. In beheer helpt het wanneer houtwallen, slootranden, ruige bermen, knotwilgen en erfbeplanting behouden blijven. Ook veilige verbindingen tussen leefgebieden en voldoende rust in het landschap zijn belangrijk.
De bunzing is in Nederland beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming). Het is verboden om bunzingen te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mag hun vaste leefgebied niet worden beschadigd of vernietigd. Dit leefgebied is jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn. Bij werkzaamheden zoals boswerkzaamheden en herinrichting van gebieden waar bunzingen voor kan komen moet daarom vooraf ecologisch onderzoek plaatsvinden. Als er bunzingen aanwezig zijn, zijn vaak mitigerende maatregelen en een omgevingsvergunning verplicht om belangrijke leefgebieden te behouden.