Gewone dwergvleermuis
Common pipistrelle - Pipistrellus pipistrellus
De gewone dwergvleermuis is de meest talrijke vleermuis in Nederland. Hij komt vrijwel overal voor waar hij op insecten kan jagen, ook in de bebouwde omgeving. Het is een kleine vleermuis met vrij lange, smalle vleugels. In vergelijking met de meeste andere soorten vleermuizen hebben dwergvleermuizen vrij smalle vleugels in verhouding tot hun grootte. Hierdoor kunnen ze zowel langzaam als vrij snel en behendig vliegen.
De gewone dwergvleermuis is een kleine vleermuis met op de rug een donkerbruine, soms roodbruine, vacht en een iets lichtere buik. Hij heeft een onbehaarde, zwartbruine snuit, oren en vleugels. Zijn oren zijn driehoekig en afgerond. Het oorflapje (tragus) is stomp en vrij kort, zijn vleugels zijn lang en smal.
De gewone dwergvleermuis verlaat vanaf 10-20 minuten na zonsondergang zijn verblijfplaats om te gaan jagen. Hij jaagt bij voorkeur langs de randen en in de beschutting van opgaande begroeiing, in het buitengebied maar ook in de bebouwde omgeving. Hij is snel, wendbaar en heeft een grillige vlucht met veel bochten en lussen en vliegt op enige afstand (1 tot 8 m) langs de vegetatie. De gewone dwergvleermuis vliegt meestal op een hoogte van 2 tot 5 m, maar soms op wel 15 m. Zijn vliegroute volgt zoveel mogelijk lijnvormige structuren.
De gewone dwergvleermuis is een gebouwbewoner. (Kraam)kolonies bevinden zich in Nederland vooral in gebouwen, in spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, of onder dakpannen. Gebouwen worden ook als winterverblijf gebruikt, waarbij vergelijkbare plaatsen als in de zomer benut worden.
Zijn voedsel bestaat uit een breed spectrum van vooral kleine insecten. Hij vangt vooral (dans)muggen en andere tweevleugelen. Daarnaast jaagt hij onder meer op haften, schietmotten, nachtvlinders en andere insecten die op dat moment voorhanden zijn.
In de paartijd (augustus-oktober) zijn de mannetjes territoriaal. Ze bezetten dan een territorium (1,2-10 ha) en vormen paargroepen met verschillende vrouwtjes; deze lokken ze met een speciale paarroep tijdens de vlucht.
Net als bij andere soorten vleermuizen slaan vrouwelijke gewone dwergvleermuizen het sperma op tot in het voorjaar, wanneer de daadwerkelijke bevruchting van de eicel plaatsvindt. De kraamkolonies worden vanaf begin mei door de vrouwtjes bezet. De geboortes van de jongen (meestal slechts 1) vinden meestal eind juni plaats. Na 3-4 weken zijn de jongen vliegvlug.
De gewone dwergvleermuis vervult een belangrijke rol in stedelijke ecosystemen. Door ’s nachts grote aantallen kleine insecten te vangen, helpt hij insectenpopulaties in balans te houden en draagt hij bij aan een gezond en natuurlijk evenwicht. Daarnaast is hij zelf ook een prooi voor uilen (vooral bosuil en kerkuil) en roofvogels (boomvalk, sperwer).
- De gewone dwergvleermuis is zo klein dat hij in een luciferdoosje past.
- In vergelijking met de meeste andere soorten vleermuizen heeft de dwergvleermuis vrij smalle vleugels in verhouding tot zijn grootte. Hierdoor kan hij zowel langzaam als vrij snel en behendig vliegen.
- De gewone dwergvleermuis heeft tijdens de kraamperiode geen voorkeur voor bepaalde insectenfamilies of -orden.
In Nederland is de gewone dwergvleermuis de meest talrijke vleermuis en komt hij vrijwel overal voor. Alleen op Schiermonnikoog ontbreekt hij.
De gewone dwergvleermuis komt in Midden-, Zuid- en Oost-Europa vrijwel overal voor. In het zuiden van Noorwegen, Zweden en Finland komt hij lokaal voor. De gewone dwergvleermuis ontbreekt op Kreta.
Er zijn geen aanwijzingen voor een toe- of afname van de gewone dwergvleermuis. Voor de winterpopulatie beginnen er voor deze soort recent data bekend te worden, omdat sinds kort massawinterverblijven in bovengrondse gebouwen kunnen worden opgespoord en warmtebeeld camera’s worden ingezet als nieuwe
techniek, waarmee massawinterverblijven beter opgespoord kunnen worden.
Maak je tuin donker en insectvriendelijk: beperk buitenverlichting, gebruik geen pesticiden en kies voor inheemse planten die veel insecten aantrekken. Zo help je vleermuizen aan voldoende prooi. Ook kan je een vleermuiskast ophangen als extra verblijfplaats, bijvoorbeeld aan de zijkant van je huis of in een boom. Probeer mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen niet te verstoren
De gewone dwergvleermuis is in Nederland strikt beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming), op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Het is verboden om gewone dwergvleermuizen te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mogen hun vaste rust- en verblijfplaatsen, zoals kraamkolonies en winterverblijven, niet worden beschadigd of vernietigd. Deze verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn.