Ruige dwergvleermuis
Nathusius' Pipistrelle - Pipistrellus nathusii
De ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) is een vrij kleine vleermuis. Het is een uitgesproken langeafstandvlieger, die vele honderden kilometers kan afleggen tussen zomer- en wintergebieden. In Nederland vinden we in de zomer voornamelijk de mannetjes. In de herfst en winter komen daar ook de vrouwtjes bij. Zij krijgen hun jongen in meer noordoostelijk gelegen gebieden.
De ruige dwergvleermuis heeft in de zomer een roodbruine rugvacht en een iets lichtere geelachtig bruine buikvacht. De rug is na de rui vanaf eind juli donkerbruin met grijze uiteinden. De vacht is vaak warrig. De onbehaarde huid (snuit, oren en vleugels) is donkerbruin. De oren zijn kort, driehoekig en afgerond. Het oorflapje (tragus) is stomp en kort. De vleugels zijn lang.
Ruige dwergvleermuizen vliegen ongeveer 30 minuten na zonsondergang uit, iets later dan gewone dwergvleermuizen. Ze blijven soms nog jagen als het al bijna helemaal licht is, tot ongeveer 10 minuten voor zonsopgang. De ruige dwergvleermuis vangt insecten uit de lucht. Hij jaagt in een relatief snelle rechtlijnige vlucht in lange banen, op 2 tot 5 m hoogte, op enige afstand van de begroeiing.
De ruige dwergvleermuis is een gebouw- en boombewoner. Uit Nederland zijn slechts drie kraamkolonies bekend, waarvan de laatste in juni 2024 werd ontdekt in een holte van een dode boom bij Hilversum. Solitaire of kleine groepen mannetjes worden gevonden in spleten en gaten in bomen, achter loshangend schors, in vleermuiskasten, in gebouwen achter betimmeringen, achter daklijsten, onder dakbedekking en op zolders. Roepende territoriale mannetjes en paarverblijven bevinden zich in nest- en vleermuiskasten, in boomholtes en achter daklijsten en betimmeringen. Als winterverblijf worden gebouwen (spouwmuur, dakpannen, betimmering), houtstapels, maar ook boomholtes en nest- en vleermuiskasten gebruikt.
Zijn voedsel bestaat vooral uit insecten die aan water gebonden zijn, zoals dansmuggen en andere tweevleugelen.
De paartijd begint in augustus en loopt door tot in november. In de loop van de zomer bezet het mannetje een territorium, waarbij hij vrouwtjes in zijn paarverblijf in een boomholte lokt met een speciale werf- of baltsroep. Hij vormt een paargroepje met 2-10 vrouwtjes. In het voorjaar trekken de vrouwtjes weer terug naar meer noord(oost)elijk gelegen gebieden om daar kraamkolonies te vormen en de jongen groot te brengen.
Tussen eind mei en eind juni worden de jongen geboren. Na ongeveer vier weken kunnen de jongen vliegen.
De ruige dwergvleermuis vervult een belangrijke rol in verschillende ecosystemen. Door ’s nachts grote aantallen (dans)muggen en andere insecten te vangen, draagt hij bij aan een gezond en natuurlijk evenwicht. De ruige dwergvleermuis is een trekker die grote afstanden aflegt. Zo verbindt hij verschillende gebieden (bos, cultuur en steden) en zorgt voor uitwisseling van energie en populaties tussen de gebieden. Daarnaast is hij zelf ook een prooi voor uilen (vooral bosuil en kerkuil) en roofvogels (boomvalk, sperwer).
- Mannetjes ruige dwergvleermuizen zijn in de paarperiode aggressief naar andere mannetjes. Alleen vrouwtjes en jonge mannetjes mogen in zijn paarverblijf komen.
- Vrouwtjes ruige dwervleermuizen krijgen vaak tweelingen, een enkele maal drielingen. In het eerste jaar krijgen vrouwtjes meestal een enkel jong.
- Vrouwtjes ruige dwergvleermuizen zijn vrij trouw aan hun geboorteplek en keert regelmatig terug naar dezelfde kraamkolonie.
- Het pasgeboren jong van de ruige dwergvleermuis weegt niet meer dan één gram.
Ruige dwergvleermuizen komen in bijna het hele land voor, maar in het oosten en zuiden is de soort minder algemeen.
De ruige dwergvleermuis komt voor in een groot deel van Europa, noodelijk tot in de Baltische Staten en Zuid-Scandinavië. Oostelijk komt de soort tot aan het Oeralgebergte en de Kaukasus voor. De ruige dwergvleermuis ontbreekt in een groot deel van het Iberisch Schiereiland en Zuid-Italië, en ook op veel eilanden in de Middellandse Zee.
In totaal werden tussen 1950 en 1970 op 9 plaatsen ruige dwergvleermuizen gevonden, vooral in de provincies Utrecht, en Zuid- en Noord-Holland. In de periode daarna worden meer vondsten gedaan. Vooral door de vele nieuwe waarnemingen met vleermuisdetectors wordt het verspreidingsbeeld van de ruige dwergvleermuis geleidelijk veel beter. Onderzoek met vleermuiskasten levert bovendien veel waarnemingen van dieren in het najaar die in de kasten paargroepjes vormen. De ruige dwergvleermuis wordt ruim verspreid in Nederland waargenomen.
Maak je tuin donker en insectvriendelijk: beperk buitenverlichting, gebruik geen pesticiden en kies voor inheemse planten die veel insecten aantrekken. Zo help je vleermuizen aan voldoende prooi. Ook kan je een vleermuiskast ophangen als extra verblijfplaats, bijvoorbeeld aan de zijkant van je huis of in een boom. Probeer mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen niet te verstoren
De ruige dwergvleermuis is in Nederland strikt beschermd onder de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming), op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Het is verboden om ruige dwergvleermuizen te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren. Ook mogen hun vaste rust- en verblijfplaatsen, zoals kraamkolonies en winterverblijven, niet worden beschadigd of vernietigd. Deze verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook wanneer de dieren tijdelijk afwezig zijn.